Verslag discussieavond Mechelen-Zuid dd. 14 april 2005

1. Intro

Doel discussieavond
Werkmoment rond problematiek Mechelen-Zuid (MZ), meer bepaald discussie rond leefbare verhouding tussen woonzone en industriële ontwikkeling en rond het mobiliteitsprobleem dat door deze ontwikkeling wordt veroorzaakt.

Voorstelling panelleden
Jowan Lamon: Schepen van Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening in Mechelen
Peter Cabus: GeCoRO Mechelen (Voorzitter Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening)
Jan Baelus: Medewerker Studiegroep Omgeving
Erik Grietens: Medewerker Bond Beter Leefmilieu (Integraal ruimtebeheer, Juridische & sociale instrumenten)
Guy Verberckmoes: Voorzitter Leefmilieugroep Mechelen-Zuid vzw
Frans Geys: Moderator


2. Visie diverse panelleden op problematiek Mechelen Zuid

Jowan Lamon
Historiek industriële ontwikkeling Mechelen Zuid + aanpak problematiek door  Stad Mechelen. 

Historiek industriële ontwikkeling MZ
Midden jaren ’70: MZ nog grotendeels open terreinen met lokale landbouw.
Jaren ’50: eerste industriële ontwikkeling met vestiging van Dupont de Nemours (DdN)en Procter & Gamble (P&G), toen nog 2 kleinschalige bedrijven.
Vrij snel besef, dat er pal tussen deze bedrijven een belangrijke woonzone ligt, met intensieve bewoning.
Gevolg: door de uitbreiding van DdN en P&G meer hinder en overlast voor de buurtbewoners
Jaren ’90: lokaal comité wordt opgericht, dat zich focust op problematiek en oplossingen afdwingt.
Recentste ontwikkelingen:
· P&G: in beginfase uitbreiding veiligheidsproblemen (brandjes), geurhinder (zeepfabriek) en slechte mobiliteitsregeling (vrachtwagenverkeer doorheen woonzone). Ondertussen heeft het bedrijf serieuze inspanningen gedaan door het nemen van milieu- en veiligheidsmaatregelen. Bovendien oplossing gezocht voor mobiliteitsprobleem door toegang voor vrachtwagens aan achterzijde te voorzien.
· Researchpark VUB (7 ha): na beëindigen afspraak met VUB omgevormd tot een (intussen volledig volzet) bedrijventerrein. Gevolg: nieuwe problematiek rond verhouding tussen wonen en bedrijven.

Aanpak Stad Mechelen
Stad Mechelen heeft diverse voorstellen gedaan voor de afbakening van het bedrijventerrein, waarvan één voorstel uiteindelijk werd behouden: achter de tuinen van Geerdegem- Schonenberg bufferzones (met bomen en bermen) inrichten. Maar, dit is enkel nog mogelijk aan de linkerkant, aan de rechterkant komen de bedrijven immers tot tegen de tuinen van de privéwoningen.
Probleem: Gewestplan (jaren ’70) heeft bufferzones verkeerd ingeplant. Bufferzones gedeeltelijk ingekleurd op tuinen van privépersonen. Stad Mechelen heeft ervoor gekozen om die bewoners niet te verplichten die (privé)zones te bebossen.
Er werd bovendien een rondvraag gedaan in de buurt, waarbij een 4-tal opties werden voorgesteld. De buurt heeft gekozen voor de 1e optie, nl. iedereen blijft wonen en niet voor de 4e, nl. volledige onteigening. Gevolg: de stad moet de aparte eigenaars aanspreken voor eventuele, individuele onteigening en dit is een werk van lange adem. Toch is dit (volgens JL) de enige haalbare kaart.


Peter Cabus
Standpunt GeCoRO inzake problematiek rond samengaan wonen en bedrijventerreinen en mogelijke oplossing(en).

Vaststellingen
Probleem MZ is een historisch gegroeide situatie (zie uiteenzetting JL), maar daaraan moet worden toegevoegd dat Stad Mechelen de 1e was om in te stappen in de bedrijfsterreinen-politiek en dus als stad mee verantwoordelijk is om te zoeken naar een duurzame oplossing.
MZ volledig saneren en de bedrijvigheid verplaatsen naar andere terreinen is geen oplossing.
Op MZ is een belangrijke economie (bedrijven met internationaal allure) aanwezig, die waarde creëert, in de 1e plaats voor Mechelen, maar ook voor Vlaanderen. Deze economische waarde moet kunnen blijven bestaan in de toekomst.
Het huidig samengaan tussen wonen en werken is niet optimaal en zorgt voor wrijvingen.
Een echt sereen debat en het zoeken naar concrete en realistische oplossingen is tot nu toe een vrij moeilijke opgave geweest.

Principiële standpunten
Duurzame oplossing is niet een puur ecologische oplossing. Men moet ook de sociale en economische dimensie in beschouwing nemen. Een duurzame oplossing betekent een situatie creëren, die op termijn kan standhouden en een ‘win-win’-situatie is voor zowel de bewoners als de economie.
De ordening van de economische uitbouw op het bedrijventerrein is een verantwoordelijkheid van het Vlaamse Gewest. Dit neemt niet weg, dat stad en bewoners het voortouw moeten nemen in het zoeken naar een oplossing.
Wonen in een bedrijventerrein is niet duurzaam. De ideale oplossing zou zijn het gebied homogeen maken, dus volledig paars inkleuren met onteigeningen tot gevolg.
Het effectief realiseren van buffers aan de rand van het industrieterrein moet gebeuren.
Er moet nagegaan worden hoe de economie op de industrieterreinen functioneert. Ondanks de reeds geleverde inspanningen, zijn nog heel wat verbeteringen mogelijk op het niveau van kwaliteit en leefbaarheid. Oplossing: concrete richtlijnen uitwerken, waaraan bedrijven moeten beantwoorden wanneer ze zich in het terrein vestigen.

Voorstel GeCoRo voor MZ
Er moet een uitvoeringsplan worden opgesteld, waarin moet opgenomen worden:
· het homogeen maken van de economische ruimte
· effectieve bufferzones voorzien
Stel er wordt gekozen voor optie 4, volledige onteigening, dan moeten bewoners vergoed worden conform de actuele waarde op de woonmarkt. De vraag is dan, wie dit kostenplaatje zal betalen. De Vlaamse overheid, die het originele gewestplan heeft uitgetekend en verantwoordelijk is voor de regionale economie?

Jan Baelus
Samengaan tussen wonen en bedrijven kan.
Uit Ruimtelijk Wijkontwikkelingsplan (ROP/WOP) is gebleken dat dit voor MZ en omgeving ook zinvol is, maar het vraagt degelijke oplossingen, die het evenwicht bewerkstelligen tussen beide partijen, bedrijven en woonzone.
In het ROP/WOP werden 4 scenario’s naar voor geschoven. Volgens Studiegroep Omgeving zijn de 2 middelste scenario’s de meest realistische om tot goede oplossingen te komen.
De buurt heeft evenwel voor het 1e scenario gekozen, maar welk scenario ook wordt gevolgd, het zal stapsgewijs moeten gerealiseerd worden.
In MZ dringen zich volgens Studiegroep Omgeving 2 belangrijke stappen op, nl. het voorzien van bufferzones en het opmaken van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan.Bufferzones voorzien
Bij het samengaan van grote bedrijven en woningen moeten goede bufferzones worden voorzien.
De wetgeving voorziet geen absolute vaste regels, wel richtlijnen inzake de aanleg ervan.
Voorbeeld: groene buffers moeten minstens 50 m en liefst 100 m breed zijn in de buurt van milieuvervuilende bedrijven. In MZ kan dit niet meer gerealiseerd worden op alle plaatsen.
Een bufferwerkend effect wordt evenwel niet louter door groene zones bekomen. Er zijn ook andere mogelijkheden. Men kan het terrein zo indelen, dat de hinderende activiteiten centraal gelegen zijn en aan de rand de lichtere activiteiten voorzien. Parkings, kantoren of opslagruimtes aan de rand van het bedrijventerrein hebben een minder hinderende functie en kunnen een afschermend effect bieden.
Een bijkomend voordeel is, dat men zo compacter kan werken en meer ruimte winnen dan met de brede groene zones. Belangrijk is dan wel dat er aandacht wordt besteed aan het uitzicht van het bedrijventerrein.

Ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken
Wetgever onduidelijk over de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bijgevolg moet situatie per bedrijf, of uitbreiding ervan, opnieuw bekeken worden.
Door de opmaak van een RUP wordt de situatie op het terrein concreet geordend.
Niet alleen wordt de “gewenste” situatie hierdoor vastgelegd, maar bovendien zijn de bepalingen afdwingbaar.
Voordelen RUP:
· er wordt ineens een kader vastgelegd voor alle bedrijven op het terrein en moeten er achteraf niet bedrijf per bedrijf afspraken worden gemaakt
· er is duidelijkheid voor alle betrokken partijen, zowel voor de bedrijven als de buurtbewoners
De opmaak van een RUP is weliswaar een gewestelijke bevoegdheid, maar als de stad er dichtbij bij betrokken is en het om een bestaande situatie gaat, kan er een mandaat worden verleend aan de stad om zelf een plan op te maken.
Belangrijk voor MZ: op korte termijn een initiatief nemen voor de opmaak van een RUP !

Guy Verberckmoes
Standpunten:

· Naleven wetten, decreten,verordeningen,…;
· Ernstig overleg met wijkbewoners(groepen);
· Luisterbereidheid als basis voor vertrouwen.
· Dringend!:

o Eerbiedigen ‘stand-still’-principe;
o Conclusies uit studies en effectieve uitvoering;
o Inrichten bufferzones (zie ROP);
o Zwaar verkeer uit de woonwijk (en controles);
o Geluidsschermen E19.

De discussiepunten zijn niet nieuw!:

-Hoe gezond leven we in de wijk?
-Ongenoegen over onzekere toekomst;
-Te veelvuldig te hoge verkeersvervuiling;
-Meldingen van hinder en vervuiling worden nu wel beter opgevolgd en de samenwerking is veel verbeterd.

Wanneer uitvoering mobiliteitsplan?

-Mobiliteitsplan = duurzaamheid in het verkeer; dient o.a. om milieuvervuiling en milieuhinder terug te dringen;
-Wat met luchtvervuiling, veiligheid-, mobiliteit- en parkeerproblemen op domein Vrijbroek (stadsbos) en in de aanpalende woonwijk.

Hoe wettelijk is huidige woon- werksituatie? Is FM Logistics een ‘Casestudie’ of ‘dé symbolische druppel’? Waaraan de wettelijkheid toetsen?:

- Vlaremwetgeving, decreten, omzendbrieven, bouwverordeningen,…:

o Rondom op de industriezone dient een bufferstrook aangelegd te worden:
   -25m: milieubelastende bedrijven;
   -50m: vervuilende industrie;
   -Palend aan woongebieden moet de breedte vergroot en zelfs verdubbeld worden;
   -Bepaald bij plan van aanleg van de industriezone en bij goedkeuring van de bouwvergunning;
o Ruimtelijk Structuurplan over Mechelen-Zuid
  -Beleid terughoudend bij vestigingsmogelijkheden voor transport- en distributieactiviteiten;
  -Problematische verkeersdoorstroming op de E19 ter hoogte van Mechelen en de grote ruimtebehoefte van deze activiteiten zijn hiervoor de belangrijkste argumenten;
  -Opmaken stedenbouwkundig ontwerp.
o Ruimtelijk- en wijkontwikkelingsplan: Studiegroep omgeving :
  - Reële vermindering van milieu- en verkeersbelasting op woonbuurten;
  - Opmaken en vastleggen van kwaliteitsvol ruimtelijk kader;
  - In afwachting goedkeuring RUP een beleid in acties, adviezen en beslissingen gericht op ten minste stand-still van de globale milieubelasting van bedrijvenzones op de aanpalende woonbuurten (uitgangssituatie: april 2000);
  - Daadwerkelijke realisatie overgangszones en installeren van een milieumonitoringsysteem;
  - …
o Reacties bevoegde overheid:
- Antwoord Vlaams minister Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen:
     ° Als ik goed ben ingelicht…” (?);
     ° Stad Mechelen verantwoordelijk voor wat er loopt of misloopt. De minister is “in hoofde van zijn functie geenszins gevat door betreffend dossier";
     °“… wat niet betekent dat het gebied niet op een later moment in detail moet worden bekeken en eventueel gereorganiseerd en gedifferentieerd via ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP)”.
o Visie GeCoRO: zie hoger
o Visie dienst Ruimtelijke planning:
· Distributieactiviteiten geen goede invulling gezien transport- en distributieactiviteiten (tenzij stadsdistributie) geen directe relatie hebben met of meerwaarde bieden voor de stad;
· Niettegenstaande dit in het ruimtelijk structuurplan niet de voorkeur wegdraagt, kan ontwikkeling op de site wel mits aantal voorwaarden:
· Volwaardige buffer waar het bedrijf aan de woningen van Geerdegem-Schonenberg grenst;
· Betere oplossing voor de interne ontsluiting;
· Kwalitatieve afwerking van de zijde aan de E19.
· Er wordt geen rekening gehouden met voorstel van Studiegroep omgeving (buffer tussen FMLogistics en de tuinen van de woningen);
· Betreurt dat aanvrager de tijdens de voorbesprekingen gemaakte bemerkingen heeft genegeerd;
· Mobiliteitseffectenrapport werd op vraag opgemaakt, doch geen enkele inspanning werd geleverd om tegemoet te komen aan de gemaakte opmerkingen met betrekking tot relatie bedrijf en aanpalende woningen;
· Qua architectuur en inrichting wijst alles op kwantiteit (maximale terreinbezetting) en te weinig op kwaliteit en duurzaamheid.
o Visie Studiegroep Tritel (verkeer)
· Afdoende signalisatie van en naar het industrieterrein noodzakelijk;
· Maximum capaciteit van verkeersbelasting rotonde aan Bedrijvenlaan, op de arm komende van E19 in de avondspits, is reeds bereikt;
· In/uitgang aan Egide Walschaertstraat laat een betere organisatie toe voor de interne circulatie van het verkeer op de site, … .
o Uit Collegebesluit dossier FMLogistics (21/10/2003)
· Verbouwing en nieuwbouw na gedeeltelijke afbraak (hier was nu de mogelijkheid decreet te volgen, doch het werd een toename grondinname van 28,8%);
· De bestaande beplanting gelegen binnen de bufferzone wordt behouden (?);
· De natuurlijke(?) bufferzones moeten worden uitgebreid met natuurlijke groene bermen en wanden met voldoende hoogte.
o Ruimtelijke Planning Vlaamse Gemeenschap
· Aanspreekpunt binnen AROHM is afdeling bouwinspectie;
· Geen sprake van een gewestplan maar van een BPA opgemaakt door de stad Mechelen (??);
· De Vlaamse overheid heeft buiten de goedkeuring van het BPA in 1990 (32/1 en 33) geen enkel bestemmingsplan goedgekeurd (?).
o Afdeling bouwinspectie Vlaams gewest
· Stad kan inrichting ordenen via een gemeentelijk uitvoeringsplan (RUP);
· Gebouwen ingeplant conform de vergunningen;
· Groenaanleg voldoet aan voorwaarden stedenbouwkundige vergunning;
· Stad koos voor behoud bestaande woonbebouwing;
· Bufferzones zijn een gemeentelijke aangelegenheid.
o Ombudsman stad Mechelen
· Controleur van de Bouwdienst is twee keer ter plaatse geweest en heeft geen bouwovertreding kunnen vaststellen op basis van de vergunning van 21/10/2003;
· Bufferzone is discussiepunt; loopt volgens de stadsdienst tot in de tuinen.
o Verslag Bouwdienst aan College: FMLogistics ligt in;
· Gebied voor milieubelastende industrie;
· Gescheiden op gewestplan van woongebied met landelijk karakter door een bufferzone;
· Aanvraag in overeenstemming met de bestemming milieubelastende industrie.
· Bosgebied blijft behouden + aanvullende bomenrij;
· Visie dienst ruimtelijke planning is ideëel.
· Diensthoofd ruimtelijke planning stelde dat ontwikkeling kon onder drie voorwaarden waaraan onvoldoende is voldaan;
· Verwijst naar de richtlijnen uit Art.7.2.0


Erik Grietens
Belangrijkste punt: de overheid en in 1e instantie Stad Mechelen moet een duidelijke keuze maken en vervolgens uitvoeren via afdwingbare wetten/instrumenten.
Die keuze is enerzijds het behouden van de woonstraat Geerdegem-Schonenberg in het midden van het industrieterrein of anderzijds de woonstraat onteigenen en de buurt volledig omvormen tot een industrieterrein.
Bemerkingen hierbij:
· de bewoners hebben in een referendum reeds gekozen voor het behoud van de woningen
· het structuurplan van Stad Mechelen is onduidelijk, dubbelzinnig op dat punt: beide opties worden nog opengelaten. Het beleid van de voorbije jaren was “alles op z’n beloop laten”. Dit is geen oplossing. De onzekerheid over de toekomst geeft aanleiding tot wrevel bij de buurtbewoners en verzuring in de buurt.
Als er wordt gekozen voor het behoud van de woningen, zal men moeten nadenken hoe men het samengaan van bedrijven en wonen op een goeie en duurzame manier kan vormgeven.
Hoe vormgeven?
· Milieuhinder van de bedrijven beperken aan de bron
o algemeen: betere toepassing door de bedrijven van de best beschikbare technologieën. Het VITO (Vlaams Instituut voor Technologische Ontwikkeling) heeft hiervoor een goeie databank met studies gedaan in verschillende sectoren en verschillende bedrijven.
o concreet voor MZ: overlegcommissie oprichten voor de hele buurt (naar analogie individueel geval P & G)
· Betere “milieuzonering” implementeren
o meest hinderlijke activiteiten centraal plaatsen en de minst hinderlijke functies aan de rand van het terrein; deze laatste zorgen voor een bufferende werking
o ontsluitende bedrijvenzones met concreet een scheiding van het vrachtverkeer van het plaatselijke verkeer, waardoor verkeersonveiligheid in de woonzone daalt
· Zoeken naar “social return”, m. a. w. een win-win situatie voor beide partijen
o gezamenlijk gebruik van voorzieningen door bedrijven en buurtbewoners
Voorbeelden:
- vergaderzaal bedrijf die buiten werkuren wordt gebruikt door buurtcomité
- parking bedrijf die ’s avonds door bewoners wordt gebruikt
- Gent: overdekte parking bedrijf wordt in weekend omgevormd tot “sportschuur” en gratis gebruikt door buurtbewoners
o een “plaatselijk forum social return” oprichten bij inrichting van een nieuw bedrijventerrein, waarin de verschillende betrokken partijen (bedrijven, bewoners, stadsbestuur, ...) in overleg zoeken naar verschillende mogelijkheden om een win-win situatie te creëren voor bedrijven en bewoners (zie Gentbrugge – ontwikkeling terrein “Arbeidssite”)
· Goeie invulling van de bufferzones, waardoor ze een effectief bufferende werking hebben + invulling vastleggen in een Ruimtelijk Ontwikkelingsplan
o speelruimte voorzien in (groene) bufferzone
o trage wegverbinding voor voetgangers en fietsers, waarvan ook werknemers kunnen gebruik maken om het terrein te bereiken, waardoor minder parkeeroverlast in de woonstraat
o smalle bufferzones voorzien waar ruimte beperkt is (cfr. MZ), zoals een “groene geluidsmuur”: is niet alleen geluidswerend (vb. tot 31 decibel), maar kan ook beplant worden, waardoor stof wordt tegengehouden, een zekere mate van luchtzuivering wordt verwezenlijkt en er een goeie visuele afscherming is aan de kant van de woonbuurt
De inplanting van bufferzones kan men bijvoorbeeld laten naleven door in het ROP een borgsom te bepalen (cfr. Zwevegem). Met de gestorte borgsom kan de stad zelf groen aanplanten, als de bedrijven hun verplichting niet nakomen.
Conclusie:
Er zijn heel nog heel wat mogelijkheden om de problematische verhouding tussen woonbuurten en bedrijvenzones in Mechelen te verbeteren.
Het komt erop aan om deze mogelijkheden effectief te realiseren.
Het beste middel daartoe is het opmaken van een verordenend Ruimtelijk Ontwikkelingsplan.
Voordelen verordenend RUP:
· de afspraken, die erin worden vastgelegd, zijn bindend en afdwingbaar
o biedt beste en meeste garanties voor effectieve uitvoering van de afspraken
o zekerheid voor alle partijen, zowel bedrijven als bewoners
· extra mogelijkheden kunnen in het plan worden opgenomen, naast een betere inplanting van de bufferzones
· individuele overtredingen van de wetgeving (cfr. situatie FM Logistics) kunnen vermeden of aangepakt worden
De bevoegdheid voor de opmaak van een RUP ligt volgens Erik Grietens bij de Stad Mechelen, want het gaat om een reeds bestaand bedrijventerrein. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarnaar eerder verwezen werd, handelt enkel over de aanduiding en de aanleg van nieuwe industrie- en bedrijventerreinen.


3. Vragenronde

De bufferzones invullen of respecteren: daar zijn geruime tijd geleden beloftes over gedaan, maar die werden niet gehouden. Vraag aan Jowan Lamon: Klopt dat? En zo ja, wat kan of wil het stadsbestuur daaraan doen?
· Jowan Lamon:
Wanneer we (Stad Mechelen) na het referendum de mogelijkheden onderzochten om bufferzones in te tekenen, kwamen we al vlug tot de vaststelling, dat dit in de huidige context alleen nog mogelijk was op terreinen, die niet aan de stad toebehoren, maar eigendom zijn van particulieren.
Stad Mechelen heeft dus de goodwill nodig van particuliere eigenaars voor de realisatie van deze bufferzones.
Men heeft vervolgens bij een aantal eigenaars gepolst naar hun mening hierover. De meesten waren niet bereid om een stuk van hun eigendom hiervoor op te geven.
Voor een echte realisatie moet men evenwel beroep kunnen doen op de medewerking van privé-eigenaars.
Bovendien is het zo, dat niet iedereen de dwingende noodzaak van extra bufferzones inziet.
Aan de linkerkant van Geerdegem-Schonenberg is er nog voldoende groen met een bufferend effect aanwezig tussen het bedrijventerrein en de woningen. Die mensen vragen dus niet naar een extra groene muur aan hun kant.
Men kan theoretisch een schone oplossing bedenken, maar die je in de praktijk bijna niet kunt uitvoeren.
· Reactie Erik Grietens:
Ik denk dat dit slechts gedeeltelijk klopt. Er zijn immers 2 soorten bufferzones: enerzijds de bufferzones zoals in het Gewestplan zelf ingekleurd en anderzijds de wettelijke verplichting om ook op het terrein zelf, in het paars ingekleurd gebied, een zone als buffer te voorzien. Deze laatste verplichting werd niet nageleefd. En dat is (volgens E. Grietens) de kern van het juridisch probleem rond die bufferzones.
· Jowan Lamon:
Ik denk niet dat daar de kern van het juridisch probleem ligt. Het probleem is, dat de zones van het Gewestplan niet liggen waar ze zouden moeten liggen. Stad Mechelen heeft een aanbod gedaan aan de privé-eigenaars om hun grond voor een stuk te onteigenen en buffers te realiseren, maar de stad wil de mensen hiertoe niet dwingen.
· Guy Verberckmoes:
Een bufferzone is eigen, gebonden aan een industrieel terrein en moet bijgevolg OP het industrieterrein gerealiseerd worden en niet op privéterreinen. (cfr. Arrest van de Raad Van State).
· Jowan Lamon:
Het eigendom waar de nieuwe buffer achter ligt, de laatste 20 m ervan is paars ingekleurd en is bijgevolg een industriële zone. Het is in principe perfect mogelijk om daar een buffer te realiseren, maar de eigenaar moet dat zelf ook willen en de stad wil die daartoe niet dwingen.
· Reactie buurtbewoonster:
Als het industriegebied verkeerd werd ingekleurd in het Gewestplan, waarom heeft de stad toen niet opgetreden en het plan op voorhand bijgestuurd?
De woningen stonden er, de industrie is er later gekomen. De bedrijven zijn bijgevolg verantwoordelijk voor de aanleg van de buffers. Nu wordt de situatie volledig omgedraaid en zijn het precies de bewoners die ervoor moeten zorgen.
· Jowan Lamon:
Mevrouw, het Gewestplan dateert van 1975 en de situatie werd door deze legislatuur overgeërfd. Nu is het enkel nog mogelijk om bufferzones in te planten op privé-eigendommen.
· Reactie zelfde buurtbewoonster:
Op andere plaatsen in Vlaanderen werd het Gewestplan wel bijgestuurd, dus Stad Mechelen had dit ook kunnen doen. Het beleid, Stad Mechelen is hier in de fout gegaan !
· Jan Baelus:
De stad heeft ten aanzien van wijzigingen in het Gewestplan alleen een adviserende rol. Bovendien is de aanpak van de problematiek pas in de laatste jaren erop gericht om te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen. Dat bij sommige Gewestplanwijzigingen geen advies werd gegeven, lijkt mij niet meer dan logisch. Want op het grondgebied Mechelen zijn er tientallen situaties waar het Gewestplan wel zou kunnen worden verbeterd. Het is logisch dat de stad daartoe niet uit eigen beweging initiatieven neemt. Maar moest men in de komende periode initiatief nemen op gewestelijk niveau om naar de opmaak van een RUP over te gaan, zou men op dat moment die correcties op het Gewestplan wel kunnen doorvoeren.
· Guy Verberckmoes:
Ik zou vragen, dat men op dat moment de bewoners van die wijzigingen zou verwittigen en de mensen van wie de eigendom nu in agrarisch gebied ligt en straks misschien paars wordt ingekleurd, ook gepast zou vergoeden. Het probleem is, dat de betrokken mensen het Gewestplan gewoon niet kennen. Ik kan met allerhande officiële documenten staven, dat ze gewoon van niks weten en dat er voor hen enkel 2 BPA’s zijn. Die documenten kan ik hier niet allemaal verduidelijken, maar er is een boekje te koop, waarin duidelijk wordt gemaakt hoe de situatie is gegroeid. Meer kan ik voor jullie niet doen.
· Reactie Erik Grietens
Ik ben het eens met wat Jan Baelus (Studiegroep Omgeving) al heeft opgemerkt. Als men inderdaad van mening is, dat er in het Gewestplan fouten staan voor wat betreft Mechelen Zuid, dat moet de gemeente een RUP opmaken om die fouten recht te zetten. Een RUP, dat later door de gemeente werd goedgekeurd dan de opmaak van het Gewestplan, heeft voorrang op het Gewestplan. Volgens mij ligt daar opnieuw de oplossing.

De volksraadpleging, in hoeverre was die betrouwbaar? Hoeveel mensen werden daarvoor gecontacteerd?
· Jowan Lamon:
Ik denk dat we het spel wel eerlijk moeten spelen. Voor de volksraadpleging werd iedereen in de zone, die betrokken partij was, uitgenodigd. Iedereen heeft kunnen deelnemen. Een groot aantal mensen is toen niet komen opdagen en dat is hun goed recht, maar de volksraadpleging is in alle geval eerlijk verlopen.
· Reactie uit de zaal:
Ik was destijds geen direct betrokken partij, maar als lid van de wijkwerking wel aanwezig op de volksraadpleging. Ik heb achteraf de opkomst besproken met de toenmalige wijkmanager, Mevr. Katrien Goossens. Opvallend was, dat de mensen die het dichtst bij het terrein woonden en er dus direct bij betrokken waren, wel aanwezig waren. Degenen die in de straten verderop woonden en minder hinder ondervonden, zijn weggebleven.
Ik meen dat de rechtstreeks betrokkenen toen wel geweest zijn.

Waarom hebben wij nooit een antwoord gekregen op onze vraag voor vrijwillige verkoop of onteigening als de woning in een bufferzone gelegen is? (vraag expliciet gesteld aan Schepen Lamon door een bewoner uit De Regenboog)
· Jowan Lamon:
Op het ogenblik van het referendum hebben we tegen de mensen gezegd: “Wat de mensen kiezen, gaan wij volgen. En als de mensen niet voor onteigening kiezen, gaan we ook geen onteigeningen doen.” Dat was op dat moment heel duidelijk en in die zin heeft de stad, na het referendum, beslist om geen aankopen, onteigeningen te doen.
· Buurtbewoners verduidelijken hun vraag:
Schepen Lamon heeft eerder vermeld, dat bij een aantal mensen individueel werd geïnformeerd of ze zouden akkoord gaan met vrijwillig een deel van hun eigendom af te staan voor de realisatie van bufferzones. Nochtans, wij wonen volledig in de bufferzone en wij hoorden daar totaal niks van. Ik vind die uitspraak dus nogal raar.
Ik weet niet of u al eens de moeite hebt genomen om te komen kijken hoe wij daar wonen. We zitten momenteel op 3 meter afstand van de befaamde muur van FM Logistics. Onze woning staat pal tussen het bedrijf Verschueren en FM Logistics. In Berlijn hebben ze een muur afgebroken, maar blijkbaar in Mechelen zetten ze nog muren bij. De Schepen kan op een avond misschien eens bij ons komen overnachten en zien hoeveel slaap er nog overblijft.
Als Verschueren u om 5 u. ’s ochtends niet wakker maakt, dan is het het koerierbedrijf aan de overkant of bij FM Logistics dat ze de pomp aanzetten. Elke nacht is er wel iets. Wij zijn bereid om onze eigendom te verkopen om een bufferzone te realiseren voor andere mensen, maar wij horen van de stad nooit iets.
· Reactie Jowan Lamon:
Het is zeker niet de bedoeling om een algemene maatregel hiervan te maken, maar als dat in uw particulier geval inderdaad een serieus problemen vormt, dan moeten we daar inderdaad ook mee omgaan.
Ik zal aan de bevoegde stadsdiensten vragen om een concreet voorstel te doen.
· Reactie betrokken buurtbewoners:
We zijn al meerdere malen zelf langs geweest bij de stadsdiensten om het probleem te bespreken, zelfs Schepen Lamon heeft al rechtstreeks beloofd om voor een oplossing te zorgen. Dit is al weer een jaar geleden en we hebben sindsdien niks meer gehoord.
· Schepen Lamon:
Ik zal morgen aan de Dienst Patrimonium vragen contact met u op te nemen, zodat er een procedure kan worden opgestart en er snel een oplossing komt.

Is “geleidelijkheid” wel zo goed? (Vraagsteller verwijst naar het uitdoofscenario in Doel, waar je een hele wijk ziet uitsterven)
· Peter Cabus (GeCoRo Mechelen)
De beste oplossing bestaat erin, dat in frictiegebieden, een politiek wordt gevoerd, waarbij aan de mensen de kans wordt gegeven, als ze zelf willen verhuizen, om hun huizen aan de overheid over te laten via voorverkoop of onteigening onder de normale voorwaarden.
Dit is per definitie een “Doelscenario”. Als er in dat scenario wordt gestapt, moeten heel wat particuliere eigendommen worden onteigend en gaat het om veel geld. Dit impliceert bijgevolg, dat het niet van vandaag op morgen kan worden opgelost. Als je zo’n scenario ontwikkelt, moet je bovendien mensen zelf laten kiezen wanneer ze willen verhuizen. Sommige mensen voelen de problematiek onmiddellijk en voelen meteen de noodzaak om te verhuizen. Anderen, bijvoorbeeld oude mensen, willen blijven wonen tot ze met pensioen gaan of overlijden. Dat zijn dingen, die je moet toelaten.


· Reactie vanuit de zaal:
Voor mensen die wel blijven wonen is het een onaangename situatie. Op het moment dat iedereen rondom hen is verhuisd, komen ze in een sociaal isolement terecht.
· Peter Cabus:
Vanuit een sociaal standpunt, kan dit inderdaad een pijnlijke situatie zijn. Maar ik denk dat in Doel ook de kans werd geboden voor een onmiddellijke en volledige onteigening. Als daar niet meteen voor wordt gekozen, kiezen de mensen bij wijze van spreken ook zelf een stuk voor de miserie, die erop volgt.
· Erik Grietens:
De situatie in Doel is heel moeilijk vergelijkbaar met de situatie hier. Het gaat over een totaal ander onderwerp. In Doel gaat het om havenuitbreiding. Als er beslist wordt, dat het containerdok er komt, heb je geen keus meer. Men wilde er toch voor zorgen dat de mensen op een goeie manier een alternatieve huisvesting konden vinden in de streek. Daarvoor werd een sociaal begeleidingsplan uitgewerkt. Maar de Gewestplanherziening waarop dat gebaseerd was, werd geschorst en zo ontstond een juridisch kluwen, dat mee de leegloop van Doel heeft veroorzaakt. Er is in Doel evenwel een woonrecht, in afwachting van toekomstige beslissingen over de havenuitbreiding. Doel is nu stilletjes aan terug aan het bevolken, maar vooral met sociaal zwakkeren. Hier is dan wel een vergelijking mogelijk met Geerdegem- Schonenberg, want dit is ook in die straat aan het gebeuren. Het stadsbestuur moet dus dringend duidelijkheid bieden over wat er in de toekomst met die straat en de huizen gaat gebeuren en zorgen dat die beslissing ook wettelijk bindend wordt vastgelegd in een RUP. Dit is de enige manier om tot goeie oplossingen te komen en problemen zoals het aantrekken van sociaal zwakkeren tegen te gaan.
· Guy Verberckmoes:
Slimme eigenaars zwijgen en verkopen hun woning aan sociaal zwakkeren, die zich niet kunnen verdedigen. Dit is geen oplossing voor die buurt. Men moet een beslissing nemen. Het is geen gemakkelijke beslissing, maar het beleid is er om beslissingen te nemen.
· Peter Cabus:
GeCoRo heeft in haar standpunt gezegd: “Laat ons een stuk homogenisering uitvoeren”. Maar we gingen er daarbij wel van uit dat er objectieve hinder aanwezig is.
De vraag is: in hoeverre is de objectieve hinder effectief aanwezig en zo ja, is die overal aanwezig? Als hij er is, is het de vraag of hij kan verholpen worden in de huidige situatie (bijvoorbeeld met bufferzones of door een toepassing van de best beschikbare technologieën). Als de hinder van die aard is, dat hij niet kan opgelost worden, moet men planologisch ingrijpen en een stuk van de buurt onteigenen en integreren in de bedrijvenzone. Ik ben nog niet 100 % zeker dat de objectieve hinder er is en in welke mate en voor hoeveel inwoners.
Als je bijvoorbeeld kijkt naar de opkomst bij het referendum, dan zie je dat, wie direct getroffen is, deelneemt en wie een aantal straten verderop woont niet geïnteresseerd is. Hoe groot is de problematiek? Als voorzitter van GeCoRo kan ik niet in de plaats treden van de bewoners. Heel belangrijk is dat de mensen die er wonen, effectief en objectief gepolst worden (bijvoorbeeld door een nieuw referendum of op andere wijze) en er objectief wordt vastgesteld welke hinder er precies is: milieuhinder, visuele hinder, reukhinder, lawaaihinder. Maar ook in het centrum van de stad is er hinder. Een stuk tolerantie is, denk ik, wel noodzakelijk als je in een stad wil wonen.
· Reactie Guy Verberckmoes:
De mensen die daar nu wonen, woonden daar al op het moment dat de autosnelweg werd aangelegd. Daarna zagen ze het bedrijventerrein rondom hen aanleggen. Ze hebben er dus niet zelf voor gekozen om te gaan wonen te midden van de industrie. Ondertussen zien ze de industrie verder oprukken en ze stellen vast, dat de enige oplossing is om zelf bomen te planten in hun tuin. Wat is hinder? Als men in het structuurplan Mechelen stelt, dat het niet aangeraden is om daar overslag- en transportbedrijven te gaan vestigen en men kijkt welke bedrijven zich er de laatste jaren hebben gevestigd: Direct Part Distribution, FM Logistics, DHL, Stanley Works, ... welke bedrijven zijn dat?
· Jowan Lamon:
Dat zijn de zeldzame productiebedrijven, die je hier nog in dit land kunt krijgen.
In die bedrijven wordt al lang niet meer louter materiaal opgeslagen, maar worden de materialen ook verwerkt. In Stanley Works worden hamers gemaakt. We hebben het hier niet over P & G, maar over het aantal bedrijven, dat er de laatste jaren is bijgekomen. Het zijn productiebedrijven en dat zijn de moeilijkste om in dit land te houden op dit ogenblik.

Wat zijn de zgn. CEVEZO bedrijven?
· Jan Baelus:
Dit zijn niet langer louter bedrijven hoge risico’s. Destijds werden maatregelen vastgelegd op Europees niveau voor bedrijven met zeer hoge risico’s. Ondertussen is de wetgeving strenger geworden, waardoor 2 à 3 jaar geleden een heel pak bedrijven bijkomend CEVEZO bedrijf zijn geworden, maar wel “lage drempel” CEVEZO bedrijven zijn, met lage veiligheids-risico’s, maar met toch meer risico’s dan een doorsnee bedrijf. In heel Vlaanderen zijn er zo een 100-tal bedrijven bijgekomen. Ze zijn niet ineens veel gevaarlijker geworden dan ze voordien waren, maar moeten nu wel aan strengere normen voldoen. In die zin is, vermoed ik, P & G een CEVEZO bedrijf geworden.
· Guy Verberckmoes:
Dit kan ik alleen maar beamen. Doordat de bedrijven DuPont en P& G CEVEZO-II bedrijven zijn geworden, is de situatie veiliger geworden voor de buurt. Ze moeten nu meer voorschriften volgen, verslagen afleveren en ze worden gecontroleerd door de milieuinspectie. Ze zijn gevaarlijk, maar worden opgevolgd. Maar een gasleiding in de straat is ook gevaarlijk. Maar het blijft een gevoelige kwestie.

Wordt het “stand-still” principe, waartoe de stad zich heeft verbonden, door de stad wel gerespecteerd, aangezien er ondertussen nog industriële vestigingen zijn bijgekomen?
· Jowan Lamon:
Dit is een discussie van een ander niveau. Hoe moet men het “stand-still” principe interpreteren? Betekent dit: we gaan een aantal ha van onze industrieterreinen, die daar liggen en ontwikkeld kunnen worden voor bedrijven en waar tewerkstelling uit kan voortvloeien, laten liggen? Of: we gaan gewoon gebruik maken van wat juridisch kan en mag om daar waar industrieterreinen zijn, die ook voor te behouden voor bedrijven en die erop laten functioneren? Ik weet niet hoe je een “stand-still” principe op zo’n ogenblik moet interpreteren!
· Jan Baelus:
Hetgeen er toen bedoeld werd, is dat er in de tussenperiode, tot er een definitieve regeling is getroffen, de totale milieuhinder niet zou toenemen. Ondertussen heeft P & G serieuze inspanningen geleverd, waardoor de hinder is verminderd. Dit wil zeggen, dat er ruimte vrijkomt voor nieuwe bedrijven om er zich te vestigen. Op voorwaarde dat die niet op hun beurt voor meer hinder gaan zorgen. De Provincie moet dit mee opvolgen, door systematische metingen m.b.t. lawaai, reuk, enz. Als grote bedrijven inspanningen doen en de hinder daalt, dan is er ruimte voor nieuwe. Distributiebedrijven zorgen weliswaar voor lawaai, maar bezorgen geen geurhinder. De TOTALE hinder mocht niet toenemen.
· Guy Verberckmoes:
P & G vervuilt volgens de gezondheidsrapporten niet. Wat wel vervuilend en zelfs kankerverwekkend is, zijn de kleine stofdeeltjes, zoals roet, stof van remmen, benzeen, enz. Als men nu beweert, dat door de inplanting van al die supplementaire transportbedrijven, de vervuiling niet is toegenomen, dan stel ik me grote vragen.
· Jan Baelus:
We weten niet of dat effectief is gebeurd. We weten alleen dat het in het begin niet werd opgemeten bij gebrek aan de juiste middelen, maar dat de mogelijkheden er nu zijn en men dat nu voor een groot stuk moet kunnen opvolgen.

Wat is de meerwaarde van bepaalde bedrijven, die weliswaar zeer veel ruimte innemen en ook bepaalde hinder veroorzaken, qua tewerkstelling?
· Jowan Lamon:
FM Logistics heeft 150 mensen uit Mechelen aangeworven, die allemaal aan het werk zijn binnen een 24-uren ploegensysteem.
· Reactie Guy Verberckmoes:
Op 60.000 m2 kan men toch zorgen voor meer dan 150 tewerkstellingen.
· Reactie Jowan Lamon:
Het zijn niet alleen mensen van Mechelen die er werken.
· Reactie Guy Verberckmoes:
Men mag niet chauvinistisch zijn, werkgelegenheid belangt tenslotte iedereen aan, maar als men bedrijven “weglokt” van op een andere plaats, dan zeg ik … dit is “eigen volk eerst”.
· Reactie Jowan Lamon:
FM Logistics is een Frans bedrijf dat gekozen heeft om haar 1e zetel buiten Frankrijk in Mechelen te vestigen. We hebben dus geen bedrijf “weggelokt” van waar dan ook. Er is een totaal nieuw bedrijf gekomen.
· Reactie Guy Verberckmoes:
De stockageplaats van P&G stelt 21 mensen tewerk, maar daarvoor zijn er 100-tallen mensen afgedankt over heel Europa. Dat is geen winst voor de werkgelegenheid. Ja, 21 mensen, waarvan misschien er misschien 3 van Mechelen zijn. Ik heb een andere visie op werkgelegenheid.
· Reactie Jowan Lamon:
Dit is een hopeloze discussie. In de verzinkingsfabriek van Cockerill Sambre in Luik werkt er 1 man en dat is ook een fabriek van 60.000 m2.

· Vraag buurtbewoner:
Er is al genoeg gezegd geweest over de knelpunten, de problemen. Ik had eigenlijk graag iets gehoord over de mogelijke oplossingen voor die buurt. Al zijn er ondertussen wel een paar suggesties gedaan, ik denk dat het heel belangrijk is, dat we uit deze avond toch een aantal conclusies kunnen trekken voor de toekomst, om de leefbaarheid van Mechelen Zuid te vrijwaren.
· Moderator:
Ik denk dat we dan zeker terechtkomen bij het RUP en de vraag of een RUP nodig is, of dat een oplossing is. Als ik het goed begrepen heb, is iedereen, behalve de Schepen, een uitgesproken voorstander van een RUP. Maar wat is het RUP, het Ruimtelijk Uitvoeringsplan?
En hoe vullen de verschillende sprekers dat in ?
· Jowan Lamon:
Ik ben niet a priori tegen een RUP. Dat is niet zo. Wat zou hier het effect zijn van een RUP?
Uiteraard zal men een uitgebreidere, dan tot nu toe het geval is geweest, stedenbouwkundige studie moeten maken van het terrein. Maar de vaststellingen die men binnen dat RUP zal doen, zullen dezelfde zijn die we nu al maken: waar gaan we bufferzones voorzien, waar is dat nog mogelijk? Het voordeel is wel, dat eens een RUP juridisch is goedgekeurd, er ook een juridische grond is om dat uit te voeren. Maar ook dan blijven we met hetzelfde probleem zitten: waar en hoe zal je het praktisch realiseren? Een RUP zal de problemen, die er vandaag al zijn, meer verduidelijken, maar of het RUP die in de praktijk zal oplossen, daar twijfel ik aan.
· Reactie/vraag vanuit de zaal (Wim De Wit):
Hoe groot zie je dat eigenlijk zo’n RUP: een straat, een wijk?
· Jowan Lamon:
In functie van de problematiek, zou het logisch zijn als het RUP zou gaan over het gedeelte van Geerdegem-Schonenberg vertrekkend of van het tunnelke vertrekkend ofwel verder en daarbij rekening houdend met alle bedrijven, die in die lus liggen. Ik denk dat dit een logische omschrijving kan zijn. Er zijn ook andere mogelijk, maar misschien is dat een logische omschrijving.
· Erik Grietens:
Ik denk toch dat een RUP wel degelijk de mogelijkheid biedt om heel concreet vaststellingen te doen waar en welke bufferende ingrepen zullen worden doorgevoerd. Maar een RUP biedt volgens mij ook heel wat andere mogelijkheden, voor zowel het bedrijventerrein als voor de woongebieden, niet alleen Geerdegem-Schonenberg zelf, maar ook de woonzones aan de randen van het terrein, voor een betere interne inrichting van het bedrijventerrein, e. d. Het grote voordeel van zeker een gemeentelijk RUP t.o.v. een Gewestplan is, dat het ten eerste veel gedetailleerder is, maar dat het daarnaast ook, naast louter bestemmingen, ook de inrichtings- en beheersmaatregelen kan bevatten. Het Gewestplan is eigenlijk louter een vlekkenplan, dat bestemmingen vastlegt: hier een bedrijventerrein, daar een woonzone en daar een natuurgebied. Het zegt verder niets over hoe dat bedrijventerrein, de woonzones moeten worden ingericht en welk beheer daar moet worden toegepast. Die inrichtings- en beheersmaatregelen kun je juist wel via een gemeentelijk RUP gaan vastleggen. Ik denk dat het echt belangrijk is, dat er zo’n RUP komt en dat dit ook echt de mogelijkheid biedt om ook heel concreet op het terrein naar oplossingen te gaan. Minstens even belangrijk is de manier waarop je zo’n RUP opmaakt. Daar denk ik dat het heel belangrijk is voor MZ, dat er een ruim overleg komt tussen de bewoners, het bedrijfsleven, het stadsbestuur, e. d. Misschien een beetje vergelijkbaar met zo’n lokaal platform “social return” zoals dat in Gent werd georganiseerd, om dan in overleg en rekening houdend met de heel specifieke concrete situaties van de individuele woningen of mensen en gezinnen die daar wonen, op die manier vast te verankeren in een RUP, na een duidelijk overleg en een goeie inbreng vanuit de buurtbewoners en het bedrijfsleven.
· Bemerking Guy Verberckmoes:
Er is een paar jaar geleden door de Milieuraad gevraagd geweest om voorrang te geven aan MZ voor de opstelling van een RUP. Dit is uitgesteld. Er is een duidelijke reden waarom MZ niet prioritair is: MZ kost geld, MZ brengt geen geld op. Andere RUP’s worden verkocht aan projectontwikkelaars en brengen geld op. Denk maar aan “Bonduelle” en aan “Guldendal”, dat ook een enorm mobiliteitsprobleem zal creëren. Maar daar zegt men dan weer: “het probleem ligt bij de Colomabrug en daar moeten ze maar een planneke voor opmaken”. Begrijp je? MZ daarentegen kost geld: men moet huizen opkopen, men moet die mensen ook een terrein kunnen aanbieden, waarop ze ook een huis kunnen bouwen, dat gelijkwaardig is. Dus het is degelijk een probleem. Het is veel gemakkelijker een “brown field” te laten saneren en dat dan te verkopen aan projectontwikkelaars.
Nochtans bepaalt een decreet, dat als er op een industrieterrein fouten gemaakt werden in het verleden, men dan het industriegebied anders zou moeten inkleuren, zodat de wetgeving alsnog kan worden nageleefd. Er zijn 2 zaken die dringend zijn: ten eerste is het tijd dat Stad Mechelen en de overheid beslist wie wat gaat doen en wanneer dat gaat gebeuren en een tweede zaak is dat er, na alle uitleg die reeds werd gegeven, door Igemo, Studiegroep Omgeving en noem maar op, over de buffergebieden, er al te veel tijd verloren is gegaan opdat er nog twijfels zouden bestaan bij het stadsbestuur en bij de stadsdiensten.
· Jan Baelus:
Als ik het zo hoor vanavond, dan is het duidelijk dat er destijds wel de keuze is gemaakt door het stadsbestuur om optie 1 te handhaven, maar aan de andere kant liggen er voorronden om naar optie 4 te gaan. Het is duidelijk, het debat leeft nog en ik denk dat een voordeel van een RUP zou kunnen zijn dat, in de voorbereiding ervan en op basis van de objectieve hinderanalyse waar Peter naar verwijst, het debat nu meer ten gronde wordt gevoerd en de beslissing definitief wordt genomen en vastgelegd. Dat is 1 zaak. Een tweede zaak, in de veronderstelling dat je kiest voor 1 van de eerste 3 opties, dan denk ik, als ik het Gewestplan nu zie, er wel wat buffergebieden is staan getekend, maar uiteindelijk het merendeel van de woningen daar geen garanties heeft voor een buffer. Ik denk dat hoe dan ook in zo’n RUP dat wel beter kan worden ingetekend. Plus naar het bedrijventerrein, en dat is dan nu minder van tel voor de bedrijven die er staan, maar wel in de mate dat ze zich in de komende jaren intern reorganiseren of weggaan en er andere bedrijven komen, dat er voor de zones die tegen die buffers staan of in de zones tegen de tuinen of de straat aan, in het RUP kan worden vastgelegd welke lichtere activiteiten daar mogen komen. Het voordeel zou kunnen zijn, dat eens je dat harder kader hebt, dat het dan effectief ook duidelijk is om het in de vergunningen op te leggen en misschien zelfs een aantal verplichtingen voor de bedrijven, en de bewoners desnoods, op te leggen in het RUP. Het RUP heeft dus z’n voordelen, maar ik wil er aan de andere kant wel voor waarschuwen dat de mogelijkheden van een RUP ook beperkt zijn. De ideeën waar Erik naar verwijst om de ontsluiting bijvoorbeeld te verbeteren, ik denk dat je daar op zich geen RUP voor nodig hebt. Een RUP kan zich alleen maar uitspreken over ruimtelijke dingen. Dus, “social return”, opleggen dat een bepaalde parking verplicht moet worden kunnen gebruikt door de buurt, is niet zo eenvoudig in een RUP. Je kunt dat wel koppelen aan heel dat proces en proberen dat gedaan te krijgen, maar ik denk dat de mogelijkheden van een RUP op dat vlak beperkt zijn. Een 2e beperking is, alles wat in een RUP staat, toch veel dingen ervan, kun je pas opleggen op het moment dat iemand een initiatief neemt en een bouwvergunning aanvraagt en dus niet zo maar. Het betekent eigenlijk, dat de ideeën die daarin staan en die eigenlijk het toekomstbeeld zouden moeten uittekenen en vastleggen, dat je ervan moet uitgaan dat sommige dingen daarvan op termijn van enkele jaren zullen gerealiseerd zijn en andere pas binnen 10, 15 of 20 jaar. Dus, je moet de verwachtingen daar ook niet te hoog in stellen.

· Korte reactie Erik Grietens:
Je kunt inderdaad niet gaan verplichten dat bijvoorbeeld een parking in het weekend gebruikt moet worden als volleybalterrein of zo. Wat je wel kunt natuurlijk is in uw RUP het nevengebruik vastleggen. Dat gebeurt trouwens in heel veel plannen de laatste tijd. Je kunt perfect in uw RUP zetten “dat is hier bestemd als parking met als nevengebruik iets anders”. Je hebt daar inderdaad een zekere medewerking voor nodig. En inderdaad zullen ook een aantal maatregelen pas op langere termijn worden gerealiseerd, maar als je een RUP hebt, heb je tenminste duidelijkheid. En hiermee kom ik terug aan het begin van mijn betoog: dan kan dat nog wel lang duren eer dat effectief wordt ingevuld, maar je weet tenminste waaraan je je moet verwachten en dat weet men nu duidelijk niet.
· Jan Baelus terug:
Wat betreft die “duidelijkheid”, dat klopt maar gedeeltelijk. Het Gewestplan bood 20 jaar geleden ook duidelijkheid, alleen die duidelijkheid die er toen was, is vandaag anders geworden door de ontwikkelingen die er zijn gebeurd en al dan niet in tegenstrijd zijn met het plan. Ik bedoel, “duidelijkheid” is altijd periodiek.


· Guy Verberckmoes:
Het probleem is ook, dat ondertussen het “stand-still” principe niet gerespecteerd wordt, dat alles verder ontwikkeld wordt (men hoort dat Technopolis zal uitbreiden, dat Coberna zal uitbreiden) door ontwikkelaars met veel geld (het Vlaams Gewest en Bernaerts zijn niet te onderschatten) en met als gevolg ook dat het mobiliteitsplan, dat al jaren bestaat, maar niet wordt uitgevoerd, in het gedrang komt. Het probleem van de uitvoering van het mobiliteitsplan is, dat met geen afwachtingskades heeft en dat men gedacht heeft om gronden, die eigendom zijn van ontwikkelaar Bernaerts, te kopen om op dat gebied al een afwachtingskade te maken, waar de camions kunnen aanschuiven om te kijken waar ze juist naartoe moeten gaan. Iets gelijkaardigs moeten ze ook hebben aan de kant van Battel. Dus als men alles volbouwt, dan zal het probleem van de camions die door de woonwijken rijden, blijven duren, want het mobiliteitsplan komt er gewoon niet.
· Reactie Jowan Lamon:
Ik wil daar even op reageren, op die afwachtingskades, enz. Wij hebben aan alle bedrijven, die daar gekomen zijn, opgelegd om de mobiliteitsproblemen binnen hun eigen bedrijf op te lossen en alle bedrijven houden zich daaraan en dat wordt ook gecontroleerd.
· Moderator:
Misschien voor de mensen in de zaal even verduidelijken wat daarmee bedoeld wordt met die afwachtingskades?
· Jowan Lamon:
Wat Guy daarmee bedoelt, weet ik niet goed, maar het is zo dat de vrachtwagens die een bepaald bedrijf moeten aandoen, dat die niet op de openbare weg mogen blijven staan wachten of dat die zich daar niet mogen stationeren, maar dat die binnen het terrein moeten opgevangen worden en dat het bedrijf erin moet voorzien dat ze kunnen opgevangen worden. Afhankelijk van de grootte van de stroom vrachtwagens die in het bedrijf moet komen, moeten zij daar de voorzieningen voor treffen. Wat wel het geval is en ik weet niet of het dat is dat bedoeld wordt, is dat wij natuurlijk met een aantal vrachtwagens zitten in de stad waarmee de vrachtwagenchauffeurs naar huis komen en die ze ergens moeten kwijtraken. En dat is iets wat we wel gaan voorzien, dat we 2 zones aan de rand van de stad creëren, waar mensen hun vrachtwagen kunnen achterlaten. Maar dat heeft met heel dat verhaal van hier niks te maken.

· Mag ik (Wim Dewit) daar ook nog eens even op reageren?
Ik hoor de Schepen daarnet zeggen, dat de mobiliteitsproblemen moeten opgelost worden binnen de bedrijven zelf. Is 1 van de grote problemen, die zich voordoen in Mechelen Zuid, niet voor een stuk dat dit geïndividualiseerd wordt? Dat ook RUP dan misschien zal besproken worden in een klein kader, terwijl ik Erik Grietens hoor zeggen “we moeten naar een veel breder en ruimer overleg gaan, zodanig dat de mensen daar veel meer van op de hoogte geraken”. Er is nu de ontwikkeling van Guldendal en dan heb ik zoiets van “als dat alleen besproken wordt met de mensen van de Belgradostraat en van de Dijkstraat, dan ga ik later gefrustreerd raken, want ik draag wel de gevolgen van het gebrek aan een mobiliteitsplan voor de Brusselsteenweg en ook verderop naar de Colomabrug, enz.” Moet dat niet allemaal in een ruimer kader worden gesitueerd?
· Jowan Lamon:
Met alle respect, maar voor elk RUP dat wij als stad Mechelen gemaakt hebben, hebben wij aan de buurt, waarin dat RUP zich situeert, gevraagd: “lever ons een aantal mensen die mee die discussie kunnen stofferen, die mee die discussie kunnen volgen”. Bij een aantal van die RUP’s hebben we 25 tot 30 mensen extra aan tafel gekregen. Goed, we hebben daarvoor gekozen en we hebben daar héél bewust voor gekozen. Waarom? Omdat we inderdaad denken dat zo’n plannen moeten gemaakt worden én gedragen worden door de omgeving waarin ze zich situeren. Wij zijn op dat vlak uniek in Vlaanderen. We zijn uniek in Vlaanderen om zoiets te doen, maar we zijn daar ook fier op dat we dat doen. En dat levert ons boeiende en soms hevige discussies op, maar dat hoort ook zo. Dat moet in zo’n gevallen. Maar, ik denk dat we daar wel degelijk op een goeie manier bezig zijn. En als er inderdaad hier een RUP gaat komen, dan zal dat op dezelfde manier behandeld worden, dan zal dat ook met een hoop mensen rond de tafel zijn, die samen mee de discussie kunnen stofferen. En wij gaan niet bepalen wie er moet komen, dat moeten de mensen van de buurt zelf doen.

Nog even een vraagje aan Jan (Baelus): Het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief, dat is van jullie hand, zie je dat als een blauwdruk van een RUP en hoe snel zou dat kunnen gaan?
· Jan Baelus:
In de studie, die toen gemaakt is, zijn uiteindelijk 4 scenario’s voorgesteld. Na de bevraging is gekeken naar degene waar de voorkeur naar uitging. Na wat ik nu zo hoor, dan zal die discussie nog eens opnieuw moeten gevoerd worden en beslecht. Maar voor elk van die scenario’s was wel een stukje aangegeven hoe dat zich ruimtelijk zou kunnen vertalen. Dus wat men ook kiest, dat onderdeel daarvan zou een blauwdrukje kunnen zijn.Maar zoals de Schepen ook gezegd heeft, dat is toen een 1e verkennende studie geweest. Op het moment dat men tot een RUP overgaat, zal dat veel meer in detail bekeken moeten worden, maar je kunt wel van die lijnen vertrekken, denk ik. Hoe rap dat zal gaan? Dat hangt ervan af, denk ik, hoe snel de discussie uitgeklaard wordt, wie zo’n RUP kan en mag en wil maken. Maar eens dat beslist is, dan mag je rekenen, dat de voorbereiding ervan toch wel een jaar in beslag neemt, zeker als je dat in een ruimere groep wil doen en bediscuteren. En dan ga je over tot de eigenlijke opmaak van een plan. Daar ben je dan nog eens een half jaar mee bezig en dan nog een half jaar procedure. Maar dat is dus allemaal in de veronderstelling dat er met het Gewest ook de duidelijkheid kan komen wie het uiteindelijke plan zal maken. Want, als het van het Gewest afhangt, voor zover mij bekend liggen daar bergen prioriteiten te wachten van RUP’s die moeten gemaakt worden, is het niet evident dat er de eerstkomende jaren zou bijkomen.

Nog een vraagje aan de Schepen: Zijn er contacten, zijn er voorbereidingen om tot de opmaak van een RUP, zij het op lange termijn, over te gaan?
· Jowan Lamon:
Op dit ogenblijk zijn die er niet, neen. Het is duidelijk dat wij na het referendum ervan uitgegaan zijn, dat de buurt een duidelijke keuze gemaakt had en dat het RUP niet zo dwingend en dringend was op dat ogenblik. De zaken liggen nu duidelijk wel anders. Maar, het is ook zo, dat wij op het niveau van de stad een meerjarenplanning voor Ruimtelijke Uitvoeringsplannen hebben, die nogal wat plannen bevat. Uit het Structuurplan zijn heel wat uitvoeringsplannen gekomen, die we toch binnen een redelijke termijn willen realiseren. En de kunst zal zijn om daar nog een plan extra tussen te schuiven. Het zal in ieder geval niet met eigen capaciteit kunnen, we zullen daar deskundigheid van buitenaf moeten voor bijroepen.

Mijnheer Lamon, u spreekt zich niet uit als specifieke voorstander van een RUP, toch niet op korte termijn. En in uw betoog van daarnet sprak u al over bufferzones en afbakening van bufferzones, maar daar rekent u eigenlijk een beetje op de goodwill van de buurtbewoners, zodanig dat die buurtbewoner op hun eigen grond een soort bufferzone zouden inrichten. Maar blijkbaar gebeurt daar niet echt veel. Welke initiatieven kunnen de buurtbewoners pakweg het eerstkomende jaar van u verwachten om die problematiek op te lossen of wacht u eigenlijk op witte merels die zeggen: ok, wij gaan ervoor en wij gaan een bufferzone op ons eigen terrein inrichten?
· Jowan Lamon:
Ik heb daarstraks al een paar keer gezegd, het is duidelijk dat er uiteraard niet veel enthousiasme bestaat bij de mensen om stukken van hun eigendom af te geven om daar een bufferfunctie in te organiseren. Ik neem aan dat we die piste als afgesloten mogen beschouwen. Ook gelet op het feit dat je geen afdwingbare mogelijkheid hebt om het te realiseren. Dus denk ik, en dat zal waarschijnlijk de conclusie zijn van dit debat van vanavond, dat we eerst het verhaal van de objectiviteit van hinder toch eens serieus zullen moeten onderzoeken en dat we, uit de conclusies die daaruit komen en de vaststellingen die hier vandaag gedaan zijn, naar het College toe een voorstel zullen moeten doen van het al dan niet opmaken van een RUP. Maar het is uiteindelijk het Schepencollege, ikzelf kan daar niet over beslissen, dat beslist en het Schepencollege zal natuurlijk in zijn beslissing ook kijken naar de prioriteiten die het daar wil in stellen. Ik denk dat dit de weg van het verhaal vandaag zal worden.

Er wordt aan de Schepen een vraag gesteld vanuit de zaal, waarvan de geluidsweergave onverstaanbaar is. Uit het antwoord hierna heeft die vermoedelijk betrekking op de mogelijkheid tot het plaatsen van geluidsschermen langs de E19.
· Jowan Lamon:
Dat kan altijd. Ook natuurlijk daar de vraag wie zal dat allemaal betalen, maar in principe kan dat altijd. Nu, weet dat we aan het Vlaams Gewest gevraagd hebben om opnieuw metingen op de E19 te doen op een aantal specifieke plaatsen, eigenlijk op de 4 km tussen het complex Battel en de afrit van Mechelen Zuid, met voor ons heel duidelijk de bedoeling om te kunnen aantonen dat er daar voldoende geluidshinder is om daar wel degelijk schermen te kunnen zetten. Nu, moesten die schermen er komen, dan zal dat wel degelijk z’n invloed hebben op het geluid in Schonenberg zelf. Nu, dat is ook koffiedik kijken, want Vlaanderen wil overal wel geluidsschermen zetten, maar blijkbaar niet direct in Mechelen. We gaan dus moeten lobbyen om dat in Mechelen te krijgen.

Zo’n groenbuffer, die niet breed is, maar wel hoog, de industrie moet daarvoor opdraaien, toch?
· Erik Grietens:
Het grote principe in het Vlaams Milieubeleid is “de vervuiler betaalt”. Dus, als je dat toepast op een bufferzone, denk ik, dat het wel duidelijk is wie er eigenlijk moet betalen.

Guy Verberckmoes vraagt opnieuw het woord:
Ik wilde me ook nog een klein beetje verduidelijken over die wachtkades. Dat zijn geen plaatsen om ergens een tractor te plaatsen, zoals die tractor die nu in de Rembert Dodoensstraat regelmatig op het voetpad staat. Dat is het niet. Het is feitelijk een plaats waar camions, die hun weg zoeken of die het bedrijf niet kunnen binnenrijden, kunnen wachten, zodat ze niet op de baan blijven staan, maar op een wachtkade staan. Nu, wat de rest betreft, die onwettig is, volstaat het om de Uilenmolenweg te gaan bekijken. Daar staan aanhangwagens die daar al maanden staan, die onbeweeglijk staan en die niks te maken hebben met een bedrijf, dat ergens in het centrum van Mechelen dat niet kan plaatsen. Het gaat dus niet over futiliteiten, maar over dingen die vastgesteld werden, dat bedrijven geen private parking hebben, dus dat voertuigen moeten staan op groene bermen en die zijn al zo gering. Er zijn foto’s genoeg. De situatie wordt al jaren aangeklaagd met foto’s. Er komt geen verandering in. Het is duidelijk: het uitzicht, de kwaliteit, de duurzaamheid (van de woonbuurt) is ondergeschikt aan “we hebben een firma en die heeft geld betaald voor de grond en die zal daar nu eens een gebouw opzetten en dan gaan wij belastingen innen”. Nee, dat kan niet volgens mij. De buurt heeft recht op een gezonde, veilige en leefbare zone.
· Reactie Jowan Lamon:
Maar nogmaals, wat u nu voorstelt, is net dat wat we niet willen. Dat is net wat we niet willen. We hebben gezegd, de bedrijven moeten de mobiliteitsproblemen op hun eigen terrein oplossen, juist om te vermijden dat er overal vrachtwagens geparkeerd staan langs de weg. Het verhaal van de Uilenmolenweg is een ander verhaal. Het verhaal van de Uilenmolenweg is de problematiek van vrachtwagens, die in de weekends ergens moeten kunnen stationeren, ergens moeten kunnen staan op een veilige plaats, waar ze niet hinderen en waar ze ook risicovrij staan. En daar is de Uilenmolenweg nu bij uitstek een geschikte weg voor om dat te doen.

Nog een vraagje aan de Schepen: U zegt “Het Gewestplan is 20 jaar oud”. Nu, uw partij is al de 2e legislatuur Schepen van Leefmilieu, ik denk dit jaar al 11 jaar. Had u destijds niks kunnen doen, vooraleer die bedrijven er kwamen, aan dat Gewestplan? Of had u gedacht van: “we gaan het zo laten, de mensen gaan toch dom genoeg zijn van niet te reageren”?
· Jowan Lamon:
Ik vind dat een redelijk suggestieve vraag. Ik ga er niet vanuit dat de mensen dom genoeg zijn om niet te reageren. Ik zit zo niet ineen. Maar ik wil wel antwoorden op uw vraag. Het wijzigen van het Gewestplan is iets wat je als stad niet in de hand hebt. Daar kun je als stad misschien wel een voorstel voor doen, maar dat is iets wat je zelf niet beslist, dat is iets wat op Vlaams niveau beslist wordt. Vlaanderen zal dat beslissen in functie van of zij dat relevant vindt om dat te doen of niet. Nu dit is in ieder geval niet voorgesteld geweest aan Vlaanderen. Er is in die zin nooit een initiatief geweest om het Gewestplan daar te wijzigen.

Nog een laatste bemerking vanuit de zaal (Christel Vanhulle ):
Ik wou even een bemerking maken. Ik hoor hier de hele avond al: “dat zou een goeie oplossing kunnen zijn of dat zou een goeie oplossing kunnen zijn”. Ik hoor nooit: “het zal zo, dan, opgelost worden”. Dat is 1 bemerking. En als ik hoor hoe stuntelig heel dat mobiliteitsplan en inkleuringplan op Mechelen Zuid, daar rond Technopolis, gebeurd is, dan hou ik mijn hart vast voor Guldendal. Ik zou 1 raad willen geven aan de stad, dat is misschien vooraf de infrastructuur goed uitdenken voordat je aan iets begint. Want, mijnheer Lamon zegt zo mooi: “wij zijn uniek”. Ik zal je eens een uniek voorbeeld geven, dat is de stad Brugge. Die stad leeft van het toerisme, wel heeft die stad voor ze allemaal hotels en weet ik veel inplanten, gezorgd voor terreinen waar vrachtwagens, waar bussen, waar mobilhomes veilig en zonder hinder voor de stad kunnen parkeren en dan pas zijn ze gaan uitbouwen. Je gaat niet eerst inplanten en dan pas denken aan oplossingen, dat doe je vooraf. En ik snap zoiets niet, dat ellenlange gelul en dat pingpongspel van: het is het Gewest en dan is het weer de stad en dan is het weer wat anders en uiteindelijk is het de burger, die maar braaf z’n belastingen betaalt en slikt, en slikt en slikt. Wij zitten na al met het probleem, ik woon langs de Geerdegemvaart, van het sluipverkeer van Colomabrug naar Guldendal om zo snel mogelijk aan de Brusselsesteenweg te geraken. Hoe zal het dan worden als daar nog meer kantoren worden ingeplant?

Moderator: stof tot nadenken ...
Stelt voor het debat af te sluiten, maar laat panel nog even kans om te reageren.

Guy Verberckmoes vraagt nog even het woord en besluit filosofisch:
De toekomst zal het uitwijzen. Het verleden heeft al uitgewezen, maar de toekomst zal verder uitwijzen.

Moderator sluit het debat af met de hoop, dat de gedachtewisseling toch tot iets heeft geleid of tot iets zal leiden.