Historiek industriële ontwikkeling Mechelen Zuid + aanpak problematiek door Stad Mechelen.
Historiek industriële ontwikkeling MZ
Midden jaren ’70: MZ nog grotendeels open terreinen met lokale landbouw.
Jaren ’50: eerste industriële ontwikkeling met vestiging van Dupont
de Nemours (DdN)en Procter & Gamble (P&G), toen nog 2 kleinschalige
bedrijven.
Vrij snel besef, dat er pal tussen deze bedrijven een belangrijke woonzone ligt,
met intensieve bewoning.
Gevolg: door de uitbreiding van DdN en P&G meer hinder en overlast voor
de buurtbewoners
Jaren ’90: lokaal comité wordt opgericht, dat zich focust op problematiek
en oplossingen afdwingt.
Recentste ontwikkelingen:
· P&G: in beginfase uitbreiding veiligheidsproblemen (brandjes),
geurhinder (zeepfabriek) en slechte mobiliteitsregeling (vrachtwagenverkeer
doorheen woonzone). Ondertussen heeft het bedrijf serieuze inspanningen gedaan
door het nemen van milieu- en veiligheidsmaatregelen. Bovendien oplossing gezocht
voor mobiliteitsprobleem door toegang voor vrachtwagens aan achterzijde te voorzien.
· Researchpark VUB (7 ha): na beëindigen afspraak met VUB omgevormd
tot een (intussen volledig volzet) bedrijventerrein. Gevolg: nieuwe problematiek
rond verhouding tussen wonen en bedrijven.
Aanpak Stad Mechelen
Stad Mechelen heeft diverse voorstellen gedaan voor de afbakening van het bedrijventerrein,
waarvan één voorstel uiteindelijk werd behouden: achter de tuinen
van Geerdegem- Schonenberg bufferzones (met bomen en bermen) inrichten. Maar,
dit is enkel nog mogelijk aan de linkerkant, aan de rechterkant komen de bedrijven
immers tot tegen de tuinen van de privéwoningen.
Probleem: Gewestplan (jaren ’70) heeft bufferzones verkeerd ingeplant.
Bufferzones gedeeltelijk ingekleurd op tuinen van privépersonen. Stad
Mechelen heeft ervoor gekozen om die bewoners niet te verplichten die (privé)zones
te bebossen.
Er werd bovendien een rondvraag gedaan in de buurt, waarbij een 4-tal opties
werden voorgesteld. De buurt heeft gekozen voor de 1e optie, nl. iedereen blijft
wonen en niet voor de 4e, nl. volledige onteigening. Gevolg: de stad moet de
aparte eigenaars aanspreken voor eventuele, individuele onteigening en dit is
een werk van lange adem. Toch is dit (volgens JL) de enige haalbare kaart.
Peter Cabus
Standpunt GeCoRO inzake problematiek rond samengaan wonen en bedrijventerreinen
en mogelijke oplossing(en).
Vaststellingen
Probleem MZ is een historisch gegroeide situatie (zie uiteenzetting JL), maar
daaraan moet worden toegevoegd dat Stad Mechelen de 1e was om in te stappen
in de bedrijfsterreinen-politiek en dus als stad mee verantwoordelijk is om
te zoeken naar een duurzame oplossing.
MZ volledig saneren en de bedrijvigheid verplaatsen naar andere terreinen is
geen oplossing.
Op MZ is een belangrijke economie (bedrijven met internationaal allure) aanwezig,
die waarde creëert, in de 1e plaats voor Mechelen, maar ook voor Vlaanderen.
Deze economische waarde moet kunnen blijven bestaan in de toekomst.
Het huidig samengaan tussen wonen en werken is niet optimaal en zorgt voor wrijvingen.
Een echt sereen debat en het zoeken naar concrete en realistische oplossingen
is tot nu toe een vrij moeilijke opgave geweest.
Principiële standpunten
Duurzame oplossing is niet een puur ecologische oplossing. Men moet ook de sociale
en economische dimensie in beschouwing nemen. Een duurzame oplossing betekent
een situatie creëren, die op termijn kan standhouden en een ‘win-win’-situatie
is voor zowel de bewoners als de economie.
De ordening van de economische uitbouw op het bedrijventerrein is een verantwoordelijkheid
van het Vlaamse Gewest. Dit neemt niet weg, dat stad en bewoners het voortouw
moeten nemen in het zoeken naar een oplossing.
Wonen in een bedrijventerrein is niet duurzaam. De ideale oplossing zou zijn
het gebied homogeen maken, dus volledig paars inkleuren met onteigeningen tot
gevolg.
Het effectief realiseren van buffers aan de rand van het industrieterrein moet
gebeuren.
Er moet nagegaan worden hoe de economie op de industrieterreinen functioneert.
Ondanks de reeds geleverde inspanningen, zijn nog heel wat verbeteringen mogelijk
op het niveau van kwaliteit en leefbaarheid. Oplossing: concrete richtlijnen
uitwerken, waaraan bedrijven moeten beantwoorden wanneer ze zich in het terrein
vestigen.
Ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken
Wetgever onduidelijk over de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bijgevolg
moet situatie per bedrijf, of uitbreiding ervan, opnieuw bekeken worden.
Door de opmaak van een RUP wordt de situatie op het terrein concreet geordend.
Niet alleen wordt de “gewenste” situatie hierdoor vastgelegd, maar
bovendien zijn de bepalingen afdwingbaar.
Voordelen RUP:
· er wordt ineens een kader vastgelegd voor alle bedrijven op het terrein
en moeten er achteraf niet bedrijf per bedrijf afspraken worden gemaakt
· er is duidelijkheid voor alle betrokken partijen, zowel voor de bedrijven
als de buurtbewoners
De opmaak van een RUP is weliswaar een gewestelijke bevoegdheid, maar als de
stad er dichtbij bij betrokken is en het om een bestaande situatie gaat, kan
er een mandaat worden verleend aan de stad om zelf een plan op te maken.
Belangrijk voor MZ: op korte termijn een initiatief nemen voor de opmaak van
een RUP !
Guy Verberckmoes
Standpunten:
· Naleven wetten, decreten,verordeningen,…;
· Ernstig overleg met wijkbewoners(groepen);
· Luisterbereidheid als basis voor vertrouwen.
· Dringend!:o Eerbiedigen ‘stand-still’-principe;
o Conclusies uit studies en effectieve uitvoering;
o Inrichten bufferzones (zie ROP);
o Zwaar verkeer uit de woonwijk (en controles);
o Geluidsschermen E19.
De discussiepunten zijn niet nieuw!:
-Hoe gezond leven we in de wijk?
-Ongenoegen over onzekere toekomst;
-Te veelvuldig te hoge verkeersvervuiling;
-Meldingen van hinder en vervuiling worden nu wel beter opgevolgd en de samenwerking is veel verbeterd.
Wanneer uitvoering mobiliteitsplan?
-Mobiliteitsplan = duurzaamheid in het verkeer; dient o.a. om milieuvervuiling en milieuhinder terug te dringen;
-Wat met luchtvervuiling, veiligheid-, mobiliteit- en parkeerproblemen op domein Vrijbroek (stadsbos) en in de aanpalende woonwijk.
Hoe wettelijk is huidige woon- werksituatie? Is FM Logistics een ‘Casestudie’ of ‘dé symbolische druppel’? Waaraan de wettelijkheid toetsen?:
- Vlaremwetgeving, decreten, omzendbrieven, bouwverordeningen,…:
o Rondom op de industriezone dient een bufferstrook aangelegd te worden:
-25m: milieubelastende bedrijven;
-50m: vervuilende industrie;
-Palend aan woongebieden moet de breedte vergroot en zelfs verdubbeld worden;
-Bepaald bij plan van aanleg van de industriezone en bij goedkeuring van de bouwvergunning;
o Ruimtelijk Structuurplan over Mechelen-Zuid
-Beleid terughoudend bij vestigingsmogelijkheden voor transport- en distributieactiviteiten;
-Problematische verkeersdoorstroming op de E19 ter hoogte van Mechelen en de grote ruimtebehoefte van deze activiteiten zijn hiervoor de belangrijkste argumenten;
-Opmaken stedenbouwkundig ontwerp.
o Ruimtelijk- en wijkontwikkelingsplan: Studiegroep omgeving :
- Reële vermindering van milieu- en verkeersbelasting op woonbuurten;
- Opmaken en vastleggen van kwaliteitsvol ruimtelijk kader;
- In afwachting goedkeuring RUP een beleid in acties, adviezen en beslissingen gericht op ten minste stand-still van de globale milieubelasting van bedrijvenzones op de aanpalende woonbuurten (uitgangssituatie: april 2000);
- Daadwerkelijke realisatie overgangszones en installeren van een milieumonitoringsysteem;
- …
o Reacties bevoegde overheid:
- Antwoord Vlaams minister Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen:
° Als ik goed ben ingelicht…” (?);
° Stad Mechelen verantwoordelijk voor wat er loopt of misloopt. De minister is “in hoofde van zijn functie geenszins gevat door betreffend dossier";
°“… wat niet betekent dat het gebied niet op een later moment in detail moet worden bekeken en eventueel gereorganiseerd en gedifferentieerd via ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP)”.
o Visie GeCoRO: zie hoger
o Visie dienst Ruimtelijke planning:
· Distributieactiviteiten geen goede invulling gezien transport- en distributieactiviteiten (tenzij stadsdistributie) geen directe relatie hebben met of meerwaarde bieden voor de stad;
· Niettegenstaande dit in het ruimtelijk structuurplan niet de voorkeur wegdraagt, kan ontwikkeling op de site wel mits aantal voorwaarden:
· Volwaardige buffer waar het bedrijf aan de woningen van Geerdegem-Schonenberg grenst;
· Betere oplossing voor de interne ontsluiting;
· Kwalitatieve afwerking van de zijde aan de E19.
· Er wordt geen rekening gehouden met voorstel van Studiegroep omgeving (buffer tussen FMLogistics en de tuinen van de woningen);
· Betreurt dat aanvrager de tijdens de voorbesprekingen gemaakte bemerkingen heeft genegeerd;
· Mobiliteitseffectenrapport werd op vraag opgemaakt, doch geen enkele inspanning werd geleverd om tegemoet te komen aan de gemaakte opmerkingen met betrekking tot relatie bedrijf en aanpalende woningen;
· Qua architectuur en inrichting wijst alles op kwantiteit (maximale terreinbezetting) en te weinig op kwaliteit en duurzaamheid.
o Visie Studiegroep Tritel (verkeer)
· Afdoende signalisatie van en naar het industrieterrein noodzakelijk;
· Maximum capaciteit van verkeersbelasting rotonde aan Bedrijvenlaan, op de arm komende van E19 in de avondspits, is reeds bereikt;
· In/uitgang aan Egide Walschaertstraat laat een betere organisatie toe voor de interne circulatie van het verkeer op de site, … .
o Uit Collegebesluit dossier FMLogistics (21/10/2003)
· Verbouwing en nieuwbouw na gedeeltelijke afbraak (hier was nu de mogelijkheid decreet te volgen, doch het werd een toename grondinname van 28,8%);
· De bestaande beplanting gelegen binnen de bufferzone wordt behouden (?);
· De natuurlijke(?) bufferzones moeten worden uitgebreid met natuurlijke groene bermen en wanden met voldoende hoogte.
o Ruimtelijke Planning Vlaamse Gemeenschap
· Aanspreekpunt binnen AROHM is afdeling bouwinspectie;
· Geen sprake van een gewestplan maar van een BPA opgemaakt door de stad Mechelen (??);
· De Vlaamse overheid heeft buiten de goedkeuring van het BPA in 1990 (32/1 en 33) geen enkel bestemmingsplan goedgekeurd (?).
o Afdeling bouwinspectie Vlaams gewest
· Stad kan inrichting ordenen via een gemeentelijk uitvoeringsplan (RUP);
· Gebouwen ingeplant conform de vergunningen;
· Groenaanleg voldoet aan voorwaarden stedenbouwkundige vergunning;
· Stad koos voor behoud bestaande woonbebouwing;
· Bufferzones zijn een gemeentelijke aangelegenheid.
o Ombudsman stad Mechelen
· Controleur van de Bouwdienst is twee keer ter plaatse geweest en heeft geen bouwovertreding kunnen vaststellen op basis van de vergunning van 21/10/2003;
· Bufferzone is discussiepunt; loopt volgens de stadsdienst tot in de tuinen.
o Verslag Bouwdienst aan College: FMLogistics ligt in;
· Gebied voor milieubelastende industrie;
· Gescheiden op gewestplan van woongebied met landelijk karakter door een bufferzone;
· Aanvraag in overeenstemming met de bestemming milieubelastende industrie.
· Bosgebied blijft behouden + aanvullende bomenrij;
· Visie dienst ruimtelijke planning is ideëel.
· Diensthoofd ruimtelijke planning stelde dat ontwikkeling kon onder drie voorwaarden waaraan onvoldoende is voldaan;
· Verwijst naar de richtlijnen uit Art.7.2.0
Erik Grietens
Belangrijkste punt: de overheid en in 1e instantie Stad Mechelen moet een duidelijke
keuze maken en vervolgens uitvoeren via afdwingbare wetten/instrumenten.
Die keuze is enerzijds het behouden van de woonstraat Geerdegem-Schonenberg
in het midden van het industrieterrein of anderzijds de woonstraat onteigenen
en de buurt volledig omvormen tot een industrieterrein.
Bemerkingen hierbij:
· de bewoners hebben in een referendum reeds gekozen voor het behoud
van de woningen
· het structuurplan van Stad Mechelen is onduidelijk, dubbelzinnig op
dat punt: beide opties worden nog opengelaten. Het beleid van de voorbije jaren
was “alles op z’n beloop laten”. Dit is geen oplossing. De
onzekerheid over de toekomst geeft aanleiding tot wrevel bij de buurtbewoners
en verzuring in de buurt.
Als er wordt gekozen voor het behoud van de woningen, zal men moeten nadenken
hoe men het samengaan van bedrijven en wonen op een goeie en duurzame manier
kan vormgeven.
Hoe vormgeven?
· Milieuhinder van de bedrijven beperken aan de bron
o algemeen: betere toepassing door de bedrijven van de best beschikbare technologieën.
Het VITO (Vlaams Instituut voor Technologische Ontwikkeling) heeft hiervoor
een goeie databank met studies gedaan in verschillende sectoren en verschillende
bedrijven.
o concreet voor MZ: overlegcommissie oprichten voor de hele buurt (naar analogie
individueel geval P & G)
· Betere “milieuzonering” implementeren
o meest hinderlijke activiteiten centraal plaatsen en de minst hinderlijke functies
aan de rand van het terrein; deze laatste zorgen voor een bufferende werking
o ontsluitende bedrijvenzones met concreet een scheiding van het vrachtverkeer
van het plaatselijke verkeer, waardoor verkeersonveiligheid in de woonzone daalt
· Zoeken naar “social return”, m. a. w. een win-win situatie
voor beide partijen
o gezamenlijk gebruik van voorzieningen door bedrijven en buurtbewoners
Voorbeelden:
- vergaderzaal bedrijf die buiten werkuren wordt gebruikt door buurtcomité
- parking bedrijf die ’s avonds door bewoners wordt gebruikt
- Gent: overdekte parking bedrijf wordt in weekend omgevormd tot “sportschuur”
en gratis gebruikt door buurtbewoners
o een “plaatselijk forum social return” oprichten bij inrichting
van een nieuw bedrijventerrein, waarin de verschillende betrokken partijen (bedrijven,
bewoners, stadsbestuur, ...) in overleg zoeken naar verschillende mogelijkheden
om een win-win situatie te creëren voor bedrijven en bewoners (zie Gentbrugge
– ontwikkeling terrein “Arbeidssite”)
· Goeie invulling van de bufferzones, waardoor ze een effectief bufferende
werking hebben + invulling vastleggen in een Ruimtelijk Ontwikkelingsplan
o speelruimte voorzien in (groene) bufferzone
o trage wegverbinding voor voetgangers en fietsers, waarvan ook werknemers kunnen
gebruik maken om het terrein te bereiken, waardoor minder parkeeroverlast in
de woonstraat
o smalle bufferzones voorzien waar ruimte beperkt is (cfr. MZ), zoals een “groene
geluidsmuur”: is niet alleen geluidswerend (vb. tot 31 decibel), maar
kan ook beplant worden, waardoor stof wordt tegengehouden, een zekere mate van
luchtzuivering wordt verwezenlijkt en er een goeie visuele afscherming is aan
de kant van de woonbuurt
De inplanting van bufferzones kan men bijvoorbeeld laten naleven door in het
ROP een borgsom te bepalen (cfr. Zwevegem). Met de gestorte borgsom kan de stad
zelf groen aanplanten, als de bedrijven hun verplichting niet nakomen.
Conclusie:
Er zijn heel nog heel wat mogelijkheden om de problematische verhouding tussen
woonbuurten en bedrijvenzones in Mechelen te verbeteren.
Het komt erop aan om deze mogelijkheden effectief te realiseren.
Het beste middel daartoe is het opmaken van een verordenend Ruimtelijk Ontwikkelingsplan.
Voordelen verordenend RUP:
· de afspraken, die erin worden vastgelegd, zijn bindend en afdwingbaar
o biedt beste en meeste garanties voor effectieve uitvoering van de afspraken
o zekerheid voor alle partijen, zowel bedrijven als bewoners
· extra mogelijkheden kunnen in het plan worden opgenomen, naast een
betere inplanting van de bufferzones
· individuele overtredingen van de wetgeving (cfr. situatie FM Logistics)
kunnen vermeden of aangepakt worden
De bevoegdheid voor de opmaak van een RUP ligt volgens Erik Grietens bij de
Stad Mechelen, want het gaat om een reeds bestaand bedrijventerrein. Het Ruimtelijk
Structuurplan Vlaanderen, waarnaar eerder verwezen werd, handelt enkel over
de aanduiding en de aanleg van nieuwe industrie- en bedrijventerreinen.
De bufferzones invullen of respecteren: daar
zijn geruime tijd geleden beloftes over gedaan, maar die werden niet gehouden.
Vraag aan Jowan Lamon: Klopt dat? En zo ja, wat kan of wil het stadsbestuur
daaraan doen?
· Jowan Lamon:
Wanneer we (Stad Mechelen) na het referendum de mogelijkheden onderzochten om
bufferzones in te tekenen, kwamen we al vlug tot de vaststelling, dat dit in
de huidige context alleen nog mogelijk was op terreinen, die niet aan de stad
toebehoren, maar eigendom zijn van particulieren.
Stad Mechelen heeft dus de goodwill nodig van particuliere eigenaars voor de
realisatie van deze bufferzones.
Men heeft vervolgens bij een aantal eigenaars gepolst naar hun mening hierover.
De meesten waren niet bereid om een stuk van hun eigendom hiervoor op te geven.
Voor een echte realisatie moet men evenwel beroep kunnen doen op de medewerking
van privé-eigenaars.
Bovendien is het zo, dat niet iedereen de dwingende noodzaak van extra bufferzones
inziet.
Aan de linkerkant van Geerdegem-Schonenberg is er nog voldoende groen met een
bufferend effect aanwezig tussen het bedrijventerrein en de woningen. Die mensen
vragen dus niet naar een extra groene muur aan hun kant.
Men kan theoretisch een schone oplossing bedenken, maar die je in de praktijk
bijna niet kunt uitvoeren.
· Reactie Erik Grietens:
Ik denk dat dit slechts gedeeltelijk klopt. Er zijn immers 2 soorten bufferzones:
enerzijds de bufferzones zoals in het Gewestplan zelf ingekleurd en anderzijds
de wettelijke verplichting om ook op het terrein zelf, in het paars ingekleurd
gebied, een zone als buffer te voorzien. Deze laatste verplichting werd niet
nageleefd. En dat is (volgens E. Grietens) de kern van het juridisch probleem
rond die bufferzones.
· Jowan Lamon:
Ik denk niet dat daar de kern van het juridisch probleem ligt. Het probleem
is, dat de zones van het Gewestplan niet liggen waar ze zouden moeten liggen.
Stad Mechelen heeft een aanbod gedaan aan de privé-eigenaars om hun grond
voor een stuk te onteigenen en buffers te realiseren, maar de stad wil de mensen
hiertoe niet dwingen.
· Guy Verberckmoes:
Een bufferzone is eigen, gebonden aan een industrieel terrein en moet bijgevolg
OP het industrieterrein gerealiseerd worden en niet op privéterreinen.
(cfr. Arrest van de Raad Van State).
· Jowan Lamon:
Het eigendom waar de nieuwe buffer achter ligt, de laatste 20 m ervan is paars
ingekleurd en is bijgevolg een industriële zone. Het is in principe perfect
mogelijk om daar een buffer te realiseren, maar de eigenaar moet dat zelf ook
willen en de stad wil die daartoe niet dwingen.
· Reactie buurtbewoonster:
Als het industriegebied verkeerd werd ingekleurd in het Gewestplan, waarom heeft
de stad toen niet opgetreden en het plan op voorhand bijgestuurd?
De woningen stonden er, de industrie is er later gekomen. De bedrijven zijn
bijgevolg verantwoordelijk voor de aanleg van de buffers. Nu wordt de situatie
volledig omgedraaid en zijn het precies de bewoners die ervoor moeten zorgen.
· Jowan Lamon:
Mevrouw, het Gewestplan dateert van 1975 en de situatie werd door deze legislatuur
overgeërfd. Nu is het enkel nog mogelijk om bufferzones in te planten op
privé-eigendommen.
· Reactie zelfde buurtbewoonster:
Op andere plaatsen in Vlaanderen werd het Gewestplan wel bijgestuurd, dus Stad
Mechelen had dit ook kunnen doen. Het beleid, Stad Mechelen is hier in de fout
gegaan !
· Jan Baelus:
De stad heeft ten aanzien van wijzigingen in het Gewestplan alleen een adviserende
rol. Bovendien is de aanpak van de problematiek pas in de laatste jaren erop
gericht om te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen. Dat bij sommige Gewestplanwijzigingen
geen advies werd gegeven, lijkt mij niet meer dan logisch. Want op het grondgebied
Mechelen zijn er tientallen situaties waar het Gewestplan wel zou kunnen worden
verbeterd. Het is logisch dat de stad daartoe niet uit eigen beweging initiatieven
neemt. Maar moest men in de komende periode initiatief nemen op gewestelijk
niveau om naar de opmaak van een RUP over te gaan, zou men op dat moment die
correcties op het Gewestplan wel kunnen doorvoeren.
· Guy Verberckmoes:
Ik zou vragen, dat men op dat moment de bewoners van die wijzigingen zou verwittigen
en de mensen van wie de eigendom nu in agrarisch gebied ligt en straks misschien
paars wordt ingekleurd, ook gepast zou vergoeden. Het probleem is, dat de betrokken
mensen het Gewestplan gewoon niet kennen. Ik kan met allerhande officiële
documenten staven, dat ze gewoon van niks weten en dat er voor hen enkel 2 BPA’s
zijn. Die documenten kan ik hier niet allemaal verduidelijken, maar er is een
boekje te koop, waarin duidelijk wordt gemaakt hoe de situatie is gegroeid.
Meer kan ik voor jullie niet doen.
· Reactie Erik Grietens
Ik ben het eens met wat Jan Baelus (Studiegroep Omgeving) al heeft opgemerkt.
Als men inderdaad van mening is, dat er in het Gewestplan fouten staan voor
wat betreft Mechelen Zuid, dat moet de gemeente een RUP opmaken om die fouten
recht te zetten. Een RUP, dat later door de gemeente werd goedgekeurd dan de
opmaak van het Gewestplan, heeft voorrang op het Gewestplan. Volgens mij ligt
daar opnieuw de oplossing.
De volksraadpleging, in hoeverre was die betrouwbaar?
Hoeveel mensen werden daarvoor gecontacteerd?
· Jowan Lamon:
Ik denk dat we het spel wel eerlijk moeten spelen. Voor de volksraadpleging
werd iedereen in de zone, die betrokken partij was, uitgenodigd. Iedereen heeft
kunnen deelnemen. Een groot aantal mensen is toen niet komen opdagen en dat
is hun goed recht, maar de volksraadpleging is in alle geval eerlijk verlopen.
· Reactie uit de zaal:
Ik was destijds geen direct betrokken partij, maar als lid van de wijkwerking
wel aanwezig op de volksraadpleging. Ik heb achteraf de opkomst besproken met
de toenmalige wijkmanager, Mevr. Katrien Goossens. Opvallend was, dat de mensen
die het dichtst bij het terrein woonden en er dus direct bij betrokken waren,
wel aanwezig waren. Degenen die in de straten verderop woonden en minder hinder
ondervonden, zijn weggebleven.
Ik meen dat de rechtstreeks betrokkenen toen wel geweest zijn.
Waarom hebben wij nooit een antwoord gekregen
op onze vraag voor vrijwillige verkoop of onteigening als de woning in een bufferzone
gelegen is? (vraag expliciet gesteld aan Schepen Lamon door een bewoner uit
De Regenboog)
· Jowan Lamon:
Op het ogenblik van het referendum hebben we tegen de mensen gezegd: “Wat
de mensen kiezen, gaan wij volgen. En als de mensen niet voor onteigening kiezen,
gaan we ook geen onteigeningen doen.” Dat was op dat moment heel duidelijk
en in die zin heeft de stad, na het referendum, beslist om geen aankopen, onteigeningen
te doen.
· Buurtbewoners verduidelijken hun vraag:
Schepen Lamon heeft eerder vermeld, dat bij een aantal mensen individueel werd
geïnformeerd of ze zouden akkoord gaan met vrijwillig een deel van hun
eigendom af te staan voor de realisatie van bufferzones. Nochtans, wij wonen
volledig in de bufferzone en wij hoorden daar totaal niks van. Ik vind die uitspraak
dus nogal raar.
Ik weet niet of u al eens de moeite hebt genomen om te komen kijken hoe wij
daar wonen. We zitten momenteel op 3 meter afstand van de befaamde muur van
FM Logistics. Onze woning staat pal tussen het bedrijf Verschueren en FM Logistics.
In Berlijn hebben ze een muur afgebroken, maar blijkbaar in Mechelen zetten
ze nog muren bij. De Schepen kan op een avond misschien eens bij ons komen overnachten
en zien hoeveel slaap er nog overblijft.
Als Verschueren u om 5 u. ’s ochtends niet wakker maakt, dan is het het
koerierbedrijf aan de overkant of bij FM Logistics dat ze de pomp aanzetten.
Elke nacht is er wel iets. Wij zijn bereid om onze eigendom te verkopen om een
bufferzone te realiseren voor andere mensen, maar wij horen van de stad nooit
iets.
· Reactie Jowan Lamon:
Het is zeker niet de bedoeling om een algemene maatregel hiervan te maken, maar
als dat in uw particulier geval inderdaad een serieus problemen vormt, dan moeten
we daar inderdaad ook mee omgaan.
Ik zal aan de bevoegde stadsdiensten vragen om een concreet voorstel te doen.
· Reactie betrokken buurtbewoners:
We zijn al meerdere malen zelf langs geweest bij de stadsdiensten om het probleem
te bespreken, zelfs Schepen Lamon heeft al rechtstreeks beloofd om voor een
oplossing te zorgen. Dit is al weer een jaar geleden en we hebben sindsdien
niks meer gehoord.
· Schepen Lamon:
Ik zal morgen aan de Dienst Patrimonium vragen contact met u op te nemen, zodat
er een procedure kan worden opgestart en er snel een oplossing komt.
Is “geleidelijkheid” wel zo goed?
(Vraagsteller verwijst naar het uitdoofscenario in Doel, waar je een hele wijk
ziet uitsterven)
· Peter Cabus (GeCoRo Mechelen)
De beste oplossing bestaat erin, dat in frictiegebieden, een politiek wordt
gevoerd, waarbij aan de mensen de kans wordt gegeven, als ze zelf willen verhuizen,
om hun huizen aan de overheid over te laten via voorverkoop of onteigening onder
de normale voorwaarden.
Dit is per definitie een “Doelscenario”. Als er in dat scenario
wordt gestapt, moeten heel wat particuliere eigendommen worden onteigend en
gaat het om veel geld. Dit impliceert bijgevolg, dat het niet van vandaag op
morgen kan worden opgelost. Als je zo’n scenario ontwikkelt, moet je bovendien
mensen zelf laten kiezen wanneer ze willen verhuizen. Sommige mensen voelen
de problematiek onmiddellijk en voelen meteen de noodzaak om te verhuizen. Anderen,
bijvoorbeeld oude mensen, willen blijven wonen tot ze met pensioen gaan of overlijden.
Dat zijn dingen, die je moet toelaten.
· Reactie vanuit de zaal:
Voor mensen die wel blijven wonen is het een onaangename situatie. Op het moment
dat iedereen rondom hen is verhuisd, komen ze in een sociaal isolement terecht.
· Peter Cabus:
Vanuit een sociaal standpunt, kan dit inderdaad een pijnlijke situatie zijn.
Maar ik denk dat in Doel ook de kans werd geboden voor een onmiddellijke en
volledige onteigening. Als daar niet meteen voor wordt gekozen, kiezen de mensen
bij wijze van spreken ook zelf een stuk voor de miserie, die erop volgt.
· Erik Grietens:
De situatie in Doel is heel moeilijk vergelijkbaar met de situatie hier. Het
gaat over een totaal ander onderwerp. In Doel gaat het om havenuitbreiding.
Als er beslist wordt, dat het containerdok er komt, heb je geen keus meer. Men
wilde er toch voor zorgen dat de mensen op een goeie manier een alternatieve
huisvesting konden vinden in de streek. Daarvoor werd een sociaal begeleidingsplan
uitgewerkt. Maar de Gewestplanherziening waarop dat gebaseerd was, werd geschorst
en zo ontstond een juridisch kluwen, dat mee de leegloop van Doel heeft veroorzaakt.
Er is in Doel evenwel een woonrecht, in afwachting van toekomstige beslissingen
over de havenuitbreiding. Doel is nu stilletjes aan terug aan het bevolken,
maar vooral met sociaal zwakkeren. Hier is dan wel een vergelijking mogelijk
met Geerdegem- Schonenberg, want dit is ook in die straat aan het gebeuren.
Het stadsbestuur moet dus dringend duidelijkheid bieden over wat er in de toekomst
met die straat en de huizen gaat gebeuren en zorgen dat die beslissing ook wettelijk
bindend wordt vastgelegd in een RUP. Dit is de enige manier om tot goeie oplossingen
te komen en problemen zoals het aantrekken van sociaal zwakkeren tegen te gaan.
· Guy Verberckmoes:
Slimme eigenaars zwijgen en verkopen hun woning aan sociaal zwakkeren, die zich
niet kunnen verdedigen. Dit is geen oplossing voor die buurt. Men moet een beslissing
nemen. Het is geen gemakkelijke beslissing, maar het beleid is er om beslissingen
te nemen.
· Peter Cabus:
GeCoRo heeft in haar standpunt gezegd: “Laat ons een stuk homogenisering
uitvoeren”. Maar we gingen er daarbij wel van uit dat er objectieve hinder
aanwezig is.
De vraag is: in hoeverre is de objectieve hinder effectief aanwezig en zo ja,
is die overal aanwezig? Als hij er is, is het de vraag of hij kan verholpen
worden in de huidige situatie (bijvoorbeeld met bufferzones of door een toepassing
van de best beschikbare technologieën). Als de hinder van die aard is,
dat hij niet kan opgelost worden, moet men planologisch ingrijpen en een stuk
van de buurt onteigenen en integreren in de bedrijvenzone. Ik ben nog niet 100
% zeker dat de objectieve hinder er is en in welke mate en voor hoeveel inwoners.
Als je bijvoorbeeld kijkt naar de opkomst bij het referendum, dan zie je dat,
wie direct getroffen is, deelneemt en wie een aantal straten verderop woont
niet geïnteresseerd is. Hoe groot is de problematiek? Als voorzitter van
GeCoRo kan ik niet in de plaats treden van de bewoners. Heel belangrijk is dat
de mensen die er wonen, effectief en objectief gepolst worden (bijvoorbeeld
door een nieuw referendum of op andere wijze) en er objectief wordt vastgesteld
welke hinder er precies is: milieuhinder, visuele hinder, reukhinder, lawaaihinder.
Maar ook in het centrum van de stad is er hinder. Een stuk tolerantie is, denk
ik, wel noodzakelijk als je in een stad wil wonen.
· Reactie Guy Verberckmoes:
De mensen die daar nu wonen, woonden daar al op het moment dat de autosnelweg
werd aangelegd. Daarna zagen ze het bedrijventerrein rondom hen aanleggen. Ze
hebben er dus niet zelf voor gekozen om te gaan wonen te midden van de industrie.
Ondertussen zien ze de industrie verder oprukken en ze stellen vast, dat de
enige oplossing is om zelf bomen te planten in hun tuin. Wat is hinder? Als
men in het structuurplan Mechelen stelt, dat het niet aangeraden is om daar
overslag- en transportbedrijven te gaan vestigen en men kijkt welke bedrijven
zich er de laatste jaren hebben gevestigd: Direct Part Distribution, FM Logistics,
DHL, Stanley Works, ... welke bedrijven zijn dat?
· Jowan Lamon:
Dat zijn de zeldzame productiebedrijven, die je hier nog in dit land kunt krijgen.
In die bedrijven wordt al lang niet meer louter materiaal opgeslagen, maar worden
de materialen ook verwerkt. In Stanley Works worden hamers gemaakt. We hebben
het hier niet over P & G, maar over het aantal bedrijven, dat er de laatste
jaren is bijgekomen. Het zijn productiebedrijven en dat zijn de moeilijkste
om in dit land te houden op dit ogenblik.
Wat zijn de zgn. CEVEZO bedrijven?
· Jan Baelus:
Dit zijn niet langer louter bedrijven hoge risico’s. Destijds werden maatregelen
vastgelegd op Europees niveau voor bedrijven met zeer hoge risico’s. Ondertussen
is de wetgeving strenger geworden, waardoor 2 à 3 jaar geleden een heel
pak bedrijven bijkomend CEVEZO bedrijf zijn geworden, maar wel “lage drempel”
CEVEZO bedrijven zijn, met lage veiligheids-risico’s, maar met toch meer
risico’s dan een doorsnee bedrijf. In heel Vlaanderen zijn er zo een 100-tal
bedrijven bijgekomen. Ze zijn niet ineens veel gevaarlijker geworden dan ze
voordien waren, maar moeten nu wel aan strengere normen voldoen. In die zin
is, vermoed ik, P & G een CEVEZO bedrijf geworden.
· Guy Verberckmoes:
Dit kan ik alleen maar beamen. Doordat de bedrijven DuPont en P& G CEVEZO-II
bedrijven zijn geworden, is de situatie veiliger geworden voor de buurt. Ze
moeten nu meer voorschriften volgen, verslagen afleveren en ze worden gecontroleerd
door de milieuinspectie. Ze zijn gevaarlijk, maar worden opgevolgd. Maar een
gasleiding in de straat is ook gevaarlijk. Maar het blijft een gevoelige kwestie.
Wordt het “stand-still” principe,
waartoe de stad zich heeft verbonden, door de stad wel gerespecteerd, aangezien
er ondertussen nog industriële vestigingen zijn bijgekomen?
· Jowan Lamon:
Dit is een discussie van een ander niveau. Hoe moet men het “stand-still”
principe interpreteren? Betekent dit: we gaan een aantal ha van onze industrieterreinen,
die daar liggen en ontwikkeld kunnen worden voor bedrijven en waar tewerkstelling
uit kan voortvloeien, laten liggen? Of: we gaan gewoon gebruik maken van wat
juridisch kan en mag om daar waar industrieterreinen zijn, die ook voor te behouden
voor bedrijven en die erop laten functioneren? Ik weet niet hoe je een “stand-still”
principe op zo’n ogenblik moet interpreteren!
· Jan Baelus:
Hetgeen er toen bedoeld werd, is dat er in de tussenperiode, tot er een definitieve
regeling is getroffen, de totale milieuhinder niet zou toenemen. Ondertussen
heeft P & G serieuze inspanningen geleverd, waardoor de hinder is verminderd.
Dit wil zeggen, dat er ruimte vrijkomt voor nieuwe bedrijven om er zich te vestigen.
Op voorwaarde dat die niet op hun beurt voor meer hinder gaan zorgen. De Provincie
moet dit mee opvolgen, door systematische metingen m.b.t. lawaai, reuk, enz.
Als grote bedrijven inspanningen doen en de hinder daalt, dan is er ruimte voor
nieuwe. Distributiebedrijven zorgen weliswaar voor lawaai, maar bezorgen geen
geurhinder. De TOTALE hinder mocht niet toenemen.
· Guy Verberckmoes:
P & G vervuilt volgens de gezondheidsrapporten niet. Wat wel vervuilend
en zelfs kankerverwekkend is, zijn de kleine stofdeeltjes, zoals roet, stof
van remmen, benzeen, enz. Als men nu beweert, dat door de inplanting van al
die supplementaire transportbedrijven, de vervuiling niet is toegenomen, dan
stel ik me grote vragen.
· Jan Baelus:
We weten niet of dat effectief is gebeurd. We weten alleen dat het in het begin
niet werd opgemeten bij gebrek aan de juiste middelen, maar dat de mogelijkheden
er nu zijn en men dat nu voor een groot stuk moet kunnen opvolgen.
Wat is de meerwaarde van bepaalde bedrijven,
die weliswaar zeer veel ruimte innemen en ook bepaalde hinder veroorzaken, qua
tewerkstelling?
· Jowan Lamon:
FM Logistics heeft 150 mensen uit Mechelen aangeworven, die allemaal aan het
werk zijn binnen een 24-uren ploegensysteem.
· Reactie Guy Verberckmoes:
Op 60.000 m2 kan men toch zorgen voor meer dan 150 tewerkstellingen.
· Reactie Jowan Lamon:
Het zijn niet alleen mensen van Mechelen die er werken.
· Reactie Guy Verberckmoes:
Men mag niet chauvinistisch zijn, werkgelegenheid belangt tenslotte iedereen
aan, maar als men bedrijven “weglokt” van op een andere plaats,
dan zeg ik … dit is “eigen volk eerst”.
· Reactie Jowan Lamon:
FM Logistics is een Frans bedrijf dat gekozen heeft om haar 1e zetel buiten
Frankrijk in Mechelen te vestigen. We hebben dus geen bedrijf “weggelokt”
van waar dan ook. Er is een totaal nieuw bedrijf gekomen.
· Reactie Guy Verberckmoes:
De stockageplaats van P&G stelt 21 mensen tewerk, maar daarvoor zijn er
100-tallen mensen afgedankt over heel Europa. Dat is geen winst voor de werkgelegenheid.
Ja, 21 mensen, waarvan misschien er misschien 3 van Mechelen zijn. Ik heb een
andere visie op werkgelegenheid.
· Reactie Jowan Lamon:
Dit is een hopeloze discussie. In de verzinkingsfabriek van Cockerill Sambre
in Luik werkt er 1 man en dat is ook een fabriek van 60.000 m2.
· Vraag buurtbewoner:
Er is al genoeg gezegd geweest over de knelpunten,
de problemen. Ik had eigenlijk graag iets gehoord over de mogelijke oplossingen
voor die buurt. Al zijn er ondertussen wel een paar suggesties gedaan, ik denk
dat het heel belangrijk is, dat we uit deze avond toch een aantal conclusies
kunnen trekken voor de toekomst, om de leefbaarheid van Mechelen Zuid te vrijwaren.
· Moderator:
Ik denk dat we dan zeker terechtkomen bij het RUP en de vraag of een RUP nodig
is, of dat een oplossing is. Als ik het goed begrepen heb, is iedereen, behalve
de Schepen, een uitgesproken voorstander van een RUP. Maar wat is het RUP, het
Ruimtelijk Uitvoeringsplan?
En hoe vullen de verschillende sprekers dat in ?
· Jowan Lamon:
Ik ben niet a priori tegen een RUP. Dat is niet zo. Wat zou hier het effect
zijn van een RUP?
Uiteraard zal men een uitgebreidere, dan tot nu toe het geval is geweest, stedenbouwkundige
studie moeten maken van het terrein. Maar de vaststellingen die men binnen dat
RUP zal doen, zullen dezelfde zijn die we nu al maken: waar gaan we bufferzones
voorzien, waar is dat nog mogelijk? Het voordeel is wel, dat eens een RUP juridisch
is goedgekeurd, er ook een juridische grond is om dat uit te voeren. Maar ook
dan blijven we met hetzelfde probleem zitten: waar en hoe zal je het praktisch
realiseren? Een RUP zal de problemen, die er vandaag al zijn, meer verduidelijken,
maar of het RUP die in de praktijk zal oplossen, daar twijfel ik aan.
· Reactie/vraag vanuit de zaal (Wim De
Wit):
Hoe groot zie je dat eigenlijk zo’n RUP: een straat, een wijk?
· Jowan Lamon:
In functie van de problematiek, zou het logisch zijn als het RUP zou gaan over
het gedeelte van Geerdegem-Schonenberg vertrekkend of van het tunnelke vertrekkend
ofwel verder en daarbij rekening houdend met alle bedrijven, die in die lus
liggen. Ik denk dat dit een logische omschrijving kan zijn. Er zijn ook andere
mogelijk, maar misschien is dat een logische omschrijving.
· Erik Grietens:
Ik denk toch dat een RUP wel degelijk de mogelijkheid biedt om heel concreet
vaststellingen te doen waar en welke bufferende ingrepen zullen worden doorgevoerd.
Maar een RUP biedt volgens mij ook heel wat andere mogelijkheden, voor zowel
het bedrijventerrein als voor de woongebieden, niet alleen Geerdegem-Schonenberg
zelf, maar ook de woonzones aan de randen van het terrein, voor een betere interne
inrichting van het bedrijventerrein, e. d. Het grote voordeel van zeker een
gemeentelijk RUP t.o.v. een Gewestplan is, dat het ten eerste veel gedetailleerder
is, maar dat het daarnaast ook, naast louter bestemmingen, ook de inrichtings-
en beheersmaatregelen kan bevatten. Het Gewestplan is eigenlijk louter een vlekkenplan,
dat bestemmingen vastlegt: hier een bedrijventerrein, daar een woonzone en daar
een natuurgebied. Het zegt verder niets over hoe dat bedrijventerrein, de woonzones
moeten worden ingericht en welk beheer daar moet worden toegepast. Die inrichtings-
en beheersmaatregelen kun je juist wel via een gemeentelijk RUP gaan vastleggen.
Ik denk dat het echt belangrijk is, dat er zo’n RUP komt en dat dit ook
echt de mogelijkheid biedt om ook heel concreet op het terrein naar oplossingen
te gaan. Minstens even belangrijk is de manier waarop je zo’n RUP opmaakt.
Daar denk ik dat het heel belangrijk is voor MZ, dat er een ruim overleg komt
tussen de bewoners, het bedrijfsleven, het stadsbestuur, e. d. Misschien een
beetje vergelijkbaar met zo’n lokaal platform “social return”
zoals dat in Gent werd georganiseerd, om dan in overleg en rekening houdend
met de heel specifieke concrete situaties van de individuele woningen of mensen
en gezinnen die daar wonen, op die manier vast te verankeren in een RUP, na
een duidelijk overleg en een goeie inbreng vanuit de buurtbewoners en het bedrijfsleven.
· Bemerking Guy Verberckmoes:
Er is een paar jaar geleden door de Milieuraad gevraagd geweest om voorrang
te geven aan MZ voor de opstelling van een RUP. Dit is uitgesteld. Er is een
duidelijke reden waarom MZ niet prioritair is: MZ kost geld, MZ brengt geen
geld op. Andere RUP’s worden verkocht aan projectontwikkelaars en brengen
geld op. Denk maar aan “Bonduelle” en aan “Guldendal”,
dat ook een enorm mobiliteitsprobleem zal creëren. Maar daar zegt men dan
weer: “het probleem ligt bij de Colomabrug en daar moeten ze maar een
planneke voor opmaken”. Begrijp je? MZ daarentegen kost geld: men moet
huizen opkopen, men moet die mensen ook een terrein kunnen aanbieden, waarop
ze ook een huis kunnen bouwen, dat gelijkwaardig is. Dus het is degelijk een
probleem. Het is veel gemakkelijker een “brown field” te laten saneren
en dat dan te verkopen aan projectontwikkelaars.
Nochtans bepaalt een decreet, dat als er op een industrieterrein fouten gemaakt
werden in het verleden, men dan het industriegebied anders zou moeten inkleuren,
zodat de wetgeving alsnog kan worden nageleefd. Er zijn 2 zaken die dringend
zijn: ten eerste is het tijd dat Stad Mechelen en de overheid beslist wie wat
gaat doen en wanneer dat gaat gebeuren en een tweede zaak is dat er, na alle
uitleg die reeds werd gegeven, door Igemo, Studiegroep Omgeving en noem maar
op, over de buffergebieden, er al te veel tijd verloren is gegaan opdat er nog
twijfels zouden bestaan bij het stadsbestuur en bij de stadsdiensten.
· Jan Baelus:
Als ik het zo hoor vanavond, dan is het duidelijk dat er destijds wel de keuze
is gemaakt door het stadsbestuur om optie 1 te handhaven, maar aan de andere
kant liggen er voorronden om naar optie 4 te gaan. Het is duidelijk, het debat
leeft nog en ik denk dat een voordeel van een RUP zou kunnen zijn dat, in de
voorbereiding ervan en op basis van de objectieve hinderanalyse waar Peter naar
verwijst, het debat nu meer ten gronde wordt gevoerd en de beslissing definitief
wordt genomen en vastgelegd. Dat is 1 zaak. Een tweede zaak, in de veronderstelling
dat je kiest voor 1 van de eerste 3 opties, dan denk ik, als ik het Gewestplan
nu zie, er wel wat buffergebieden is staan getekend, maar uiteindelijk het merendeel
van de woningen daar geen garanties heeft voor een buffer. Ik denk dat hoe dan
ook in zo’n RUP dat wel beter kan worden ingetekend. Plus naar het bedrijventerrein,
en dat is dan nu minder van tel voor de bedrijven die er staan, maar wel in
de mate dat ze zich in de komende jaren intern reorganiseren of weggaan en er
andere bedrijven komen, dat er voor de zones die tegen die buffers staan of
in de zones tegen de tuinen of de straat aan, in het RUP kan worden vastgelegd
welke lichtere activiteiten daar mogen komen. Het voordeel zou kunnen zijn,
dat eens je dat harder kader hebt, dat het dan effectief ook duidelijk is om
het in de vergunningen op te leggen en misschien zelfs een aantal verplichtingen
voor de bedrijven, en de bewoners desnoods, op te leggen in het RUP. Het RUP
heeft dus z’n voordelen, maar ik wil er aan de andere kant wel voor waarschuwen
dat de mogelijkheden van een RUP ook beperkt zijn. De ideeën waar Erik
naar verwijst om de ontsluiting bijvoorbeeld te verbeteren, ik denk dat je daar
op zich geen RUP voor nodig hebt. Een RUP kan zich alleen maar uitspreken over
ruimtelijke dingen. Dus, “social return”, opleggen dat een bepaalde
parking verplicht moet worden kunnen gebruikt door de buurt, is niet zo eenvoudig
in een RUP. Je kunt dat wel koppelen aan heel dat proces en proberen dat gedaan
te krijgen, maar ik denk dat de mogelijkheden van een RUP op dat vlak beperkt
zijn. Een 2e beperking is, alles wat in een RUP staat, toch veel dingen ervan,
kun je pas opleggen op het moment dat iemand een initiatief neemt en een bouwvergunning
aanvraagt en dus niet zo maar. Het betekent eigenlijk, dat de ideeën die
daarin staan en die eigenlijk het toekomstbeeld zouden moeten uittekenen en
vastleggen, dat je ervan moet uitgaan dat sommige dingen daarvan op termijn
van enkele jaren zullen gerealiseerd zijn en andere pas binnen 10, 15 of 20
jaar. Dus, je moet de verwachtingen daar ook niet te hoog in stellen.
· Korte reactie Erik Grietens:
Je kunt inderdaad niet gaan verplichten dat bijvoorbeeld een parking in het
weekend gebruikt moet worden als volleybalterrein of zo. Wat je wel kunt natuurlijk
is in uw RUP het nevengebruik vastleggen. Dat gebeurt trouwens in heel veel
plannen de laatste tijd. Je kunt perfect in uw RUP zetten “dat is hier
bestemd als parking met als nevengebruik iets anders”. Je hebt daar inderdaad
een zekere medewerking voor nodig. En inderdaad zullen ook een aantal maatregelen
pas op langere termijn worden gerealiseerd, maar als je een RUP hebt, heb je
tenminste duidelijkheid. En hiermee kom ik terug aan het begin van mijn betoog:
dan kan dat nog wel lang duren eer dat effectief wordt ingevuld, maar je weet
tenminste waaraan je je moet verwachten en dat weet men nu duidelijk niet.
· Jan Baelus terug:
Wat betreft die “duidelijkheid”, dat klopt maar gedeeltelijk. Het
Gewestplan bood 20 jaar geleden ook duidelijkheid, alleen die duidelijkheid
die er toen was, is vandaag anders geworden door de ontwikkelingen die er zijn
gebeurd en al dan niet in tegenstrijd zijn met het plan. Ik bedoel, “duidelijkheid”
is altijd periodiek.
· Guy Verberckmoes:
Het probleem is ook, dat ondertussen het “stand-still” principe
niet gerespecteerd wordt, dat alles verder ontwikkeld wordt (men hoort dat Technopolis
zal uitbreiden, dat Coberna zal uitbreiden) door ontwikkelaars met veel geld
(het Vlaams Gewest en Bernaerts zijn niet te onderschatten) en met als gevolg
ook dat het mobiliteitsplan, dat al jaren bestaat, maar niet wordt uitgevoerd,
in het gedrang komt. Het probleem van de uitvoering van het mobiliteitsplan
is, dat met geen afwachtingskades heeft en dat men gedacht heeft om gronden,
die eigendom zijn van ontwikkelaar Bernaerts, te kopen om op dat gebied al een
afwachtingskade te maken, waar de camions kunnen aanschuiven om te kijken waar
ze juist naartoe moeten gaan. Iets gelijkaardigs moeten ze ook hebben aan de
kant van Battel. Dus als men alles volbouwt, dan zal het probleem van de camions
die door de woonwijken rijden, blijven duren, want het mobiliteitsplan komt
er gewoon niet.
· Reactie Jowan Lamon:
Ik wil daar even op reageren, op die afwachtingskades, enz. Wij hebben aan alle
bedrijven, die daar gekomen zijn, opgelegd om de mobiliteitsproblemen binnen
hun eigen bedrijf op te lossen en alle bedrijven houden zich daaraan en dat
wordt ook gecontroleerd.
· Moderator:
Misschien voor de mensen in de zaal even verduidelijken wat daarmee bedoeld
wordt met die afwachtingskades?
· Jowan Lamon:
Wat Guy daarmee bedoelt, weet ik niet goed, maar het is zo dat de vrachtwagens
die een bepaald bedrijf moeten aandoen, dat die niet op de openbare weg mogen
blijven staan wachten of dat die zich daar niet mogen stationeren, maar dat
die binnen het terrein moeten opgevangen worden en dat het bedrijf erin moet
voorzien dat ze kunnen opgevangen worden. Afhankelijk van de grootte van de
stroom vrachtwagens die in het bedrijf moet komen, moeten zij daar de voorzieningen
voor treffen. Wat wel het geval is en ik weet niet of het dat is dat bedoeld
wordt, is dat wij natuurlijk met een aantal vrachtwagens zitten in de stad waarmee
de vrachtwagenchauffeurs naar huis komen en die ze ergens moeten kwijtraken.
En dat is iets wat we wel gaan voorzien, dat we 2 zones aan de rand van de stad
creëren, waar mensen hun vrachtwagen kunnen achterlaten. Maar dat heeft
met heel dat verhaal van hier niks te maken.
· Mag ik (Wim Dewit) daar ook nog eens
even op reageren?
Ik hoor de Schepen daarnet zeggen, dat de mobiliteitsproblemen moeten opgelost
worden binnen de bedrijven zelf. Is 1 van de grote problemen, die zich voordoen
in Mechelen Zuid, niet voor een stuk dat dit geïndividualiseerd wordt?
Dat ook RUP dan misschien zal besproken worden in een klein kader, terwijl ik
Erik Grietens hoor zeggen “we moeten naar een veel breder en ruimer overleg
gaan, zodanig dat de mensen daar veel meer van op de hoogte geraken”.
Er is nu de ontwikkeling van Guldendal en dan heb ik zoiets van “als dat
alleen besproken wordt met de mensen van de Belgradostraat en van de Dijkstraat,
dan ga ik later gefrustreerd raken, want ik draag wel de gevolgen van het gebrek
aan een mobiliteitsplan voor de Brusselsteenweg en ook verderop naar de Colomabrug,
enz.” Moet dat niet allemaal in een ruimer kader worden gesitueerd?
· Jowan Lamon:
Met alle respect, maar voor elk RUP dat wij als stad Mechelen gemaakt hebben,
hebben wij aan de buurt, waarin dat RUP zich situeert, gevraagd: “lever
ons een aantal mensen die mee die discussie kunnen stofferen, die mee die discussie
kunnen volgen”. Bij een aantal van die RUP’s hebben we 25 tot 30
mensen extra aan tafel gekregen. Goed, we hebben daarvoor gekozen en we hebben
daar héél bewust voor gekozen. Waarom? Omdat we inderdaad denken
dat zo’n plannen moeten gemaakt worden én gedragen worden door
de omgeving waarin ze zich situeren. Wij zijn op dat vlak uniek in Vlaanderen.
We zijn uniek in Vlaanderen om zoiets te doen, maar we zijn daar ook fier op
dat we dat doen. En dat levert ons boeiende en soms hevige discussies op, maar
dat hoort ook zo. Dat moet in zo’n gevallen. Maar, ik denk dat we daar
wel degelijk op een goeie manier bezig zijn. En als er inderdaad hier een RUP
gaat komen, dan zal dat op dezelfde manier behandeld worden, dan zal dat ook
met een hoop mensen rond de tafel zijn, die samen mee de discussie kunnen stofferen.
En wij gaan niet bepalen wie er moet komen, dat moeten de mensen van de buurt
zelf doen.
Nog even een vraagje aan Jan (Baelus): Het Ruimtelijk
Ontwikkelingsperspectief, dat is van jullie hand, zie je dat als een blauwdruk
van een RUP en hoe snel zou dat kunnen gaan?
· Jan Baelus:
In de studie, die toen gemaakt is, zijn uiteindelijk 4 scenario’s voorgesteld.
Na de bevraging is gekeken naar degene waar de voorkeur naar uitging. Na wat
ik nu zo hoor, dan zal die discussie nog eens opnieuw moeten gevoerd worden
en beslecht. Maar voor elk van die scenario’s was wel een stukje aangegeven
hoe dat zich ruimtelijk zou kunnen vertalen. Dus wat men ook kiest, dat onderdeel
daarvan zou een blauwdrukje kunnen zijn.Maar zoals de Schepen ook gezegd heeft,
dat is toen een 1e verkennende studie geweest. Op het moment dat men tot een
RUP overgaat, zal dat veel meer in detail bekeken moeten worden, maar je kunt
wel van die lijnen vertrekken, denk ik. Hoe rap dat zal gaan? Dat hangt ervan
af, denk ik, hoe snel de discussie uitgeklaard wordt, wie zo’n RUP kan
en mag en wil maken. Maar eens dat beslist is, dan mag je rekenen, dat de voorbereiding
ervan toch wel een jaar in beslag neemt, zeker als je dat in een ruimere groep
wil doen en bediscuteren. En dan ga je over tot de eigenlijke opmaak van een
plan. Daar ben je dan nog eens een half jaar mee bezig en dan nog een half jaar
procedure. Maar dat is dus allemaal in de veronderstelling dat er met het Gewest
ook de duidelijkheid kan komen wie het uiteindelijke plan zal maken. Want, als
het van het Gewest afhangt, voor zover mij bekend liggen daar bergen prioriteiten
te wachten van RUP’s die moeten gemaakt worden, is het niet evident dat
er de eerstkomende jaren zou bijkomen.
Nog een vraagje aan de Schepen: Zijn er contacten,
zijn er voorbereidingen om tot de opmaak van een RUP, zij het op lange termijn,
over te gaan?
· Jowan Lamon:
Op dit ogenblijk zijn die er niet, neen. Het is duidelijk dat wij na het referendum
ervan uitgegaan zijn, dat de buurt een duidelijke keuze gemaakt had en dat het
RUP niet zo dwingend en dringend was op dat ogenblik. De zaken liggen nu duidelijk
wel anders. Maar, het is ook zo, dat wij op het niveau van de stad een meerjarenplanning
voor Ruimtelijke Uitvoeringsplannen hebben, die nogal wat plannen bevat. Uit
het Structuurplan zijn heel wat uitvoeringsplannen gekomen, die we toch binnen
een redelijke termijn willen realiseren. En de kunst zal zijn om daar nog een
plan extra tussen te schuiven. Het zal in ieder geval niet met eigen capaciteit
kunnen, we zullen daar deskundigheid van buitenaf moeten voor bijroepen.
Mijnheer Lamon, u spreekt zich niet uit als specifieke
voorstander van een RUP, toch niet op korte termijn. En in uw betoog van daarnet
sprak u al over bufferzones en afbakening van bufferzones, maar daar rekent
u eigenlijk een beetje op de goodwill van de buurtbewoners, zodanig dat die
buurtbewoner op hun eigen grond een soort bufferzone zouden inrichten. Maar
blijkbaar gebeurt daar niet echt veel. Welke initiatieven kunnen de buurtbewoners
pakweg het eerstkomende jaar van u verwachten om die problematiek op te lossen
of wacht u eigenlijk op witte merels die zeggen: ok, wij gaan ervoor en wij
gaan een bufferzone op ons eigen terrein inrichten?
· Jowan Lamon:
Ik heb daarstraks al een paar keer gezegd, het is duidelijk dat er uiteraard
niet veel enthousiasme bestaat bij de mensen om stukken van hun eigendom af
te geven om daar een bufferfunctie in te organiseren. Ik neem aan dat we die
piste als afgesloten mogen beschouwen. Ook gelet op het feit dat je geen afdwingbare
mogelijkheid hebt om het te realiseren. Dus denk ik, en dat zal waarschijnlijk
de conclusie zijn van dit debat van vanavond, dat we eerst het verhaal van de
objectiviteit van hinder toch eens serieus zullen moeten onderzoeken en dat
we, uit de conclusies die daaruit komen en de vaststellingen die hier vandaag
gedaan zijn, naar het College toe een voorstel zullen moeten doen van het al
dan niet opmaken van een RUP. Maar het is uiteindelijk het Schepencollege, ikzelf
kan daar niet over beslissen, dat beslist en het Schepencollege zal natuurlijk
in zijn beslissing ook kijken naar de prioriteiten die het daar wil in stellen.
Ik denk dat dit de weg van het verhaal vandaag zal worden.
Er wordt aan de Schepen een vraag gesteld vanuit
de zaal, waarvan de geluidsweergave onverstaanbaar is. Uit het antwoord hierna
heeft die vermoedelijk betrekking op de mogelijkheid tot het plaatsen van geluidsschermen
langs de E19.
· Jowan Lamon:
Dat kan altijd. Ook natuurlijk daar de vraag wie zal dat allemaal betalen, maar
in principe kan dat altijd. Nu, weet dat we aan het Vlaams Gewest gevraagd hebben
om opnieuw metingen op de E19 te doen op een aantal specifieke plaatsen, eigenlijk
op de 4 km tussen het complex Battel en de afrit van Mechelen Zuid, met voor
ons heel duidelijk de bedoeling om te kunnen aantonen dat er daar voldoende
geluidshinder is om daar wel degelijk schermen te kunnen zetten. Nu, moesten
die schermen er komen, dan zal dat wel degelijk z’n invloed hebben op
het geluid in Schonenberg zelf. Nu, dat is ook koffiedik kijken, want Vlaanderen
wil overal wel geluidsschermen zetten, maar blijkbaar niet direct in Mechelen.
We gaan dus moeten lobbyen om dat in Mechelen te krijgen.
Zo’n groenbuffer, die niet breed is, maar
wel hoog, de industrie moet daarvoor opdraaien, toch?
· Erik Grietens:
Het grote principe in het Vlaams Milieubeleid is “de vervuiler betaalt”.
Dus, als je dat toepast op een bufferzone, denk ik, dat het wel duidelijk is
wie er eigenlijk moet betalen.
Guy Verberckmoes vraagt opnieuw
het woord:
Ik wilde me ook nog een klein beetje verduidelijken over die wachtkades. Dat
zijn geen plaatsen om ergens een tractor te plaatsen, zoals die tractor die
nu in de Rembert Dodoensstraat regelmatig op het voetpad staat. Dat is het niet.
Het is feitelijk een plaats waar camions, die hun weg zoeken of die het bedrijf
niet kunnen binnenrijden, kunnen wachten, zodat ze niet op de baan blijven staan,
maar op een wachtkade staan. Nu, wat de rest betreft, die onwettig is, volstaat
het om de Uilenmolenweg te gaan bekijken. Daar staan aanhangwagens die daar
al maanden staan, die onbeweeglijk staan en die niks te maken hebben met een
bedrijf, dat ergens in het centrum van Mechelen dat niet kan plaatsen. Het gaat
dus niet over futiliteiten, maar over dingen die vastgesteld werden, dat bedrijven
geen private parking hebben, dus dat voertuigen moeten staan op groene bermen
en die zijn al zo gering. Er zijn foto’s genoeg. De situatie wordt al
jaren aangeklaagd met foto’s. Er komt geen verandering in. Het is duidelijk:
het uitzicht, de kwaliteit, de duurzaamheid (van de woonbuurt) is ondergeschikt
aan “we hebben een firma en die heeft geld betaald voor de grond en die
zal daar nu eens een gebouw opzetten en dan gaan wij belastingen innen”.
Nee, dat kan niet volgens mij. De buurt heeft recht op een gezonde, veilige
en leefbare zone.
· Reactie Jowan Lamon:
Maar nogmaals, wat u nu voorstelt, is net dat wat we niet willen. Dat is net
wat we niet willen. We hebben gezegd, de bedrijven moeten de mobiliteitsproblemen
op hun eigen terrein oplossen, juist om te vermijden dat er overal vrachtwagens
geparkeerd staan langs de weg. Het verhaal van de Uilenmolenweg is een ander
verhaal. Het verhaal van de Uilenmolenweg is de problematiek van vrachtwagens,
die in de weekends ergens moeten kunnen stationeren, ergens moeten kunnen staan
op een veilige plaats, waar ze niet hinderen en waar ze ook risicovrij staan.
En daar is de Uilenmolenweg nu bij uitstek een geschikte weg voor om dat te
doen.
Nog een vraagje aan de Schepen: U zegt “Het
Gewestplan is 20 jaar oud”. Nu, uw partij is al de 2e legislatuur Schepen
van Leefmilieu, ik denk dit jaar al 11 jaar. Had u destijds niks kunnen doen,
vooraleer die bedrijven er kwamen, aan dat Gewestplan? Of had u gedacht van:
“we gaan het zo laten, de mensen gaan toch dom genoeg zijn van niet te
reageren”?
· Jowan Lamon:
Ik vind dat een redelijk suggestieve vraag. Ik ga er niet vanuit dat de mensen
dom genoeg zijn om niet te reageren. Ik zit zo niet ineen. Maar ik wil wel antwoorden
op uw vraag. Het wijzigen van het Gewestplan is iets wat je als stad niet in
de hand hebt. Daar kun je als stad misschien wel een voorstel voor doen, maar
dat is iets wat je zelf niet beslist, dat is iets wat op Vlaams niveau beslist
wordt. Vlaanderen zal dat beslissen in functie van of zij dat relevant vindt
om dat te doen of niet. Nu dit is in ieder geval niet voorgesteld geweest aan
Vlaanderen. Er is in die zin nooit een initiatief geweest om het Gewestplan
daar te wijzigen.
Nog een laatste bemerking vanuit de zaal (Christel
Vanhulle ):
Ik wou even een bemerking maken. Ik hoor hier de hele avond al: “dat zou
een goeie oplossing kunnen zijn of dat zou een goeie oplossing kunnen zijn”.
Ik hoor nooit: “het zal zo, dan, opgelost worden”. Dat is 1 bemerking.
En als ik hoor hoe stuntelig heel dat mobiliteitsplan en inkleuringplan op Mechelen
Zuid, daar rond Technopolis, gebeurd is, dan hou ik mijn hart vast voor Guldendal.
Ik zou 1 raad willen geven aan de stad, dat is misschien vooraf de infrastructuur
goed uitdenken voordat je aan iets begint. Want, mijnheer Lamon zegt zo mooi:
“wij zijn uniek”. Ik zal je eens een uniek voorbeeld geven, dat
is de stad Brugge. Die stad leeft van het toerisme, wel heeft die stad voor
ze allemaal hotels en weet ik veel inplanten, gezorgd voor terreinen waar vrachtwagens,
waar bussen, waar mobilhomes veilig en zonder hinder voor de stad kunnen parkeren
en dan pas zijn ze gaan uitbouwen. Je gaat niet eerst inplanten en dan pas denken
aan oplossingen, dat doe je vooraf. En ik snap zoiets niet, dat ellenlange gelul
en dat pingpongspel van: het is het Gewest en dan is het weer de stad en dan
is het weer wat anders en uiteindelijk is het de burger, die maar braaf z’n
belastingen betaalt en slikt, en slikt en slikt. Wij zitten na al met het probleem,
ik woon langs de Geerdegemvaart, van het sluipverkeer van Colomabrug naar Guldendal
om zo snel mogelijk aan de Brusselsesteenweg te geraken. Hoe zal het dan worden
als daar nog meer kantoren worden ingeplant?
Moderator: stof tot nadenken
...
Stelt voor het debat af te sluiten, maar laat panel nog even kans om te reageren.
Guy Verberckmoes vraagt nog even
het woord en besluit filosofisch:
De toekomst zal het uitwijzen. Het verleden heeft al uitgewezen, maar de toekomst
zal verder uitwijzen.
Moderator sluit het debat af
met de hoop, dat de gedachtewisseling toch tot iets heeft geleid of tot iets
zal leiden.