Tweekerkenstraat 47, 1000 Brussel
tel.: 02/282 19 40
www.tandemweb.be
G/project/Tandem/

Tandemdialoog Mechelen-zuid
Verslag overleg BBL-stadsbestuur Mechelen 26/11/’04

Aanwezig: Bram Van Dyck, Chris Dewaele, Jowan Lamon, Noël De Winter, Nicolas De Baere, Stefaan Claeys, Erik Grietens

1. Voorstellingsrondje
BBL biedt aan om in het kader van het Verenigingensteunpunt Tandem een dialoog op te zetten tussen het stadsbestuur Mechelen en Leefmilieugroep Mechelen-zuid (LMZ) over de diverse problemen in deze buurt.

2. Situatieschets vanuit het standpunt van het stadsbestuur
Mechelen-Zuid is geen toonbeeld van goede ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ingrepen via gewestplan of BPA’s hebben nooit een evenwicht tussen wonen en economie kunnen realiseren. Via een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief (ROP), opgesteld door studiegroep Omgeving, werd deze problematiek geanalyseerd en werden een visie en voorstellen ontwikkeld.

De bewoners van Mechelen-Zuid spraken zich in een referendum uit voor het behoud van de woningen in deze zone, wat sindsdien ook het officiële standpunt van het stadsbestuur is.

Ondertussen zijn de door het gewestplan ingekleurde nijverheidszones (en bijhorende bufferzones) allemaal ingevuld. Op sommige plaatsen komt de harde oppervlakte tot vlakbij de perceelsgrenzen met de bewoners, zodat de interne bufferstrook onmogelijk nog kan ingevuld worden.

De moeilijke relatie met Leefmilieugroep Mechelen-Zuid en meer specifiek met voorzitter Guy Verberckmoes bemoeilijkt de communicatie over dit dossier. Dit ondergraaft de motivatie van het stadsbestuur en de ambtenaren om dit dossier prioriteit te geven boven vele andere dringende dossiers in Mechelen.

3. Bespreking en afspraken over het opzetten van een Tandemdialoog
Om een hernieuwde dialoog tot stand te brengen, moeten volgende vragen beantwoord worden:

- Welke onderwerpen worden meegenomen in de dialoog (en welke niet)?
Wat het stadsbestuur betreft kunnen in de dialoog volgende twee problemen aan bod komen: enerzijds de aanleg bufferzone tussen de woningen van de Geerdegem/Schonenberg straat en de aangrenzende bedrijven (kant woningen en/of kant bedrijven), en anderzijds de verkeerscirculatie en het parkeren in de omgeving.

- Binnen welk kader zoeken we een oplossing / wat is de gewenste finaliteit?
Er is niet zo veel keuze: ofwel wordt het een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), ofwel leggen we de afspraken vast in bouwvergunningen, ofwel worden de afspraken bezegeld in een onderlinge overeenkomst. Het wijkontwikkelingsplan lijkt een goede gemeenschappelijke basis.

De mogelijkheid van een RUP is volgens het stadsbestuur geen realistische optie, omdat de situatie op het terrein al grotendeels bezegeld is (de ruimte voor interne buffer is reeds grotendeels ingenomen door ‘harde’ oppervlakte), omdat een RUP zou leiden tot onteigeningen bij de omwonenden (wat een logge procedure impliceert en de bewoners bovendien wellicht ook niet gelukkiger zou maken), en omdat de procedure van een RUP ook heel wat tijd en mankracht zou vergen bij de administratie (wat in tegenstrijd is met de huidige prioriteitenstelling binnen de stad). Zelfs als er ooit een RUP komt, is het nog maar de vraag of het dan ook zal uitgevoerd worden op het terrein.

Het stadsbestuur ziet meer in een overeenkomst tussen het haarzelf, de bedrijven en de bewoners die een voor de verschillende partijen bevredigende oplossing biedt. Zo’n overeenkomst kan op twee onderdelen betrekking hebben: enerzijds de invulling van de bedrijfsbuffers, en anderzijds de buffers op de aanpalende particuliere eigendommen. In het deel op de bedrijfsterreinen kan een bijkomend contract (op basis van borgsomregeling) afgesloten worden tussen stadsbestuur en betrokken bedrijven en/of eigenaars van de bedrijfsgronden om de interne buffers nog tegen het volgende plantseizoen in te vullen. In het gedeelte op de particuliere eigendommen is de stad alvast bereid om in te staan voor de groenvoorziening.

Op langere termijn kan er wel een RUP komen voor de ruime omgeving. In dit RUP moet de toekomstige ontwikkeling van het bedrijventerrein in een meer duurzame richting gestuurd worden. Belangrijk basisprincipe is het verdichten van het bedrijventerrein Mechelen-Zuid.

- Wie zijn de deelnemende partijen?
Zowel de stad, de bedrijven als de bewoners kunnen participeren aan deze dialoog. Een precedent in de buurt (bedrijf Dupont) toonde aan dat deze drie-partijen aanpak in de praktijk kan werken.

- Zijn er voorafgaande voorwaarden om met de dialoog te starten?
Het stadsbestuur wil graag een nieuwe dialoog aangaan met LMZ, maar wil dan wel dat ze uit de eeuwige theoretische discussie raken over wettelijke bepalingen en dat LMZ vzw niet tegelijk via ombudsmannen hetzelfde gesprek voert. De dialoog moet vertrekken vanuit de realiteit op het terrein en zien hoe we een voor alle partijen bevredigende oplossing kunnen bereiken.

4. Afspraken
BBL legt de resultaten van dit onderhoud en het voorstel om in een driepartijen-dialoog te komen tot een onderlinge overeenkomst over enerzijds de aanleg bufferzone tussen de woningen van de Geerdegem/Schonenberg straat en de aangrenzende bedrijven (kant woningen en/of kant bedrijven), en anderzijds de verkeerscirculatie en het parkeren in de omgeving, voor aan het bestuur van LMZ.

Verslag: Stefaan Claeys/Nicolas De Baere


Naschrift:
Op haar vergadering van 29/11/’04 nam LMZ kennis van het voorstel. De vereniging kan zich niet verzoenen met de “tijdelijke en onwettelijke” oplossing van het gentlemen’s agreement. Zo’n overeenkomst biedt, na de lessen getrokken uit het verleden, volgens hen geen enkele garantie voor het effectief aanpakken van de ruimtelijke problematiek via een RUP. LMZ vzw is wel voorstander om via een tandemproject (op basis van wettelijke bepalingen rond bufferzones en goedgekeurde principes van het ROP) een RUP op te maken. Indien het stadsbestuur een RUP wenst op te maken, moet ook eerst vooraf het standpunt van de omwonenden via een openbare hoorzitting gevraagd worden.

BBL stelt vast dat het water tussen beide partijen nog te diep is en staakt de verdere inspanningen voor het opzetten van een Tandemdialoog.