Parlementaire vraag namens de Leefmilieugroep Mechelen-Zuid vzw via de heer Van Looy betreffende bouwen in de bufferzone industriegebied Mechelen zuid.

Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening Vergadering van 25/03/2004
Vraag om uitleg van de heer Jef Van Looy tot de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, over de toepassing van de regelgeving inzake bufferzones rond industrieterreinen

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Van Looy tot de heer Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, over de toepassing van de regelgeving inzake bufferzones rond industrieterreinen.

De heer Van Looy heeft het woord.

De heer Jef Van Looy : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in het belang van een goede ruimtelijke ordening, en dikwijls ook om esthetische redenen, is in verschillende decretale bepalingen opgenomen dat bufferzones de woongebieden van de industriegebieden moeten scheiden. We willen de bestemming als industriegebied mogelijk maken, en de bewoners van de huizen in het nabijgelegen woongebied het rustig genot van hun woning laten.

De schaarste aan ruimte, de gestegen grondprijzen en het ontbreken van voldoende beschikbare en ingerichte industrieterreinen, zorgen ervoor dat het vaak om gevoelige dossiers gaat. Er bestaat geen absolute groottenorm voor bufferzones, en bedrijven zeggen dat niet elke activiteit hinderlijk is. Er is altijd wel een reden waardoor een bufferzone kleiner moet worden of verdwijnen.

De omzendbrief van 8 juli 1997, die de voorbije jaren werd bijgestuurd, is een kader voor de toepassing van de regels. Ik citeer artikel 7, dat handelt over industriegebieden : 'Industriële gebieden omvatten een bufferzone. Het betreft een strook binnen het industriegebied met een hoofdzakelijk esthetische en stedenbouwkundige functie. Om die reden moet ze aangebracht worden op het industriegebied zelf. De breedte en de aanleg van de bufferzone is afhankelijk van de oppervlakte en de vorm van het industriegebied, de aard van de industrie, de eigenlijke hinderlijkheid en de bestemming van de aanpalende gebieden. De bufferzones moeten worden bepaald in de bouwvergunning voor de randpercelen van het gebied, in het indelingsplan dat opgesteld wordt naar aanleiding van het onteigeningsplan of in het BPA van het gebied. Bouwvergunningen voor de oprichting van een industrieel of ambachtelijk bedrijf zijn onwettig, indien ze niet voorzien in de aanleg van een bufferzone of indien de bufferzone waarin ze voorzien ontoereikend is. Rondom de industrie- en ambachtelijke zones dient, op de aldus aangeduide zone, een bufferstrook aangelegd te worden, waarvoor als breedte volgende cijfers als richtinggevend kunnen worden vastgesteld : een bufferzone moet een breedte hebben van 15 meter voor ambachtelijke bedrijven, 25 meter voor milieubelastende bedrijven en 50 meter voor vervuilende industrie. Wanneer ze palen aan woongebieden moet deze breedte vergroot en zelfs verdubbeld worden.' Dit is de omzendbrief die vandaag van toepassing is. De voorbije periode werden in RUP's, zeker voor industrie rond stedelijke gebieden, steeds bufferzones opgenomen.

Aan de zuidrand van Mechelen zorgt de komst van het bedrijf FM Logistics voor heel wat vragen over de toepassing van deze regelgeving ; meer bepaald het verlenen van een bouwvergunning in buffergebied, het negeren van voorafgaande studies, het niet respecteren van BPA's en het gewestplan en het verder inpalmen van buffergebied doen vragen rijzen.

Een bos tussen het industriegebied en de woningen, dat volgens het BPA moet worden behouden, werd gekapt. Het perceel wordt bijna volgebouwd, en later blijkt dat aan de rand nog een omleidingsweg moet komen. Alle verkeer van het bedrijf wordt rond het bedrijf geleid. Het gaat om minimaal 90 vrachtwagens per dag, waarvan 60 percent 's nachts.

Mijnheer de minister, waar en door wie worden de regels inzake het inrichten van bufferzones gehandhaafd? Hoe evalueert u de vermelde omzendbrieven? Zijn ze nog van toepassing, of wilt u ze bijsturen? Waarom werd voor dit gebied, indien het de bedoeling was om de bestaande toestand te wijzigen of anders in te richten, geen RUP gemaakt? Waar kunnen mensen terecht met hun klachten?

De voorzitter : Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen : Mijnheer de voorzitter, collega's, de aanleiding van deze vraag is duidelijk een concreet dossier. Alhoewel het over een zeer specifiek dossier gaat, wil ik in de mate van het mogelijke toch aangeven in welke fase van de procedure ik betrokken werd. Ik wil duidelijk stellen dat ik in dit dossier geen enkele bevoegdheid heb.

Het bedrijf FM Logistics ontving op 22 oktober 2003 een stedenbouwkundige vergunning van de stad Mechelen. De vergunningsaanvraag was, in toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 16 april 2002, niet onderworpen aan het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar, omwille van de ligging in industriegebied en de industriële bestemming van de gebouwen.

Ik heb via de pers vernomen dat er betwisting is over de vergunning, omwille van vragen over de buffering en het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieuvergunning van een bepaalde klasse voor de geplande activiteiten. Bij mijn weten loopt er nog geen procedure bij de Raad van State. Dat is het niveau waarop het dossier normaal verder zal worden afgehandeld.

Het besluit van de Vlaamse regering van 16 april 2002 had de bedoeling om de dossiers sneller en eenvoudiger af te werken. Voor veel bouwaanvragen, zoals voor kleine eengezinswoningen, moet de gemachtigde ambtenaar geen verplichtend advies meer verlenen, zodat deze bouwaanvragen op gemeentelijk niveau kunnen worden afgehandeld. Deze regeling begint resultaten op te leveren voor de aflevering van bouwvergunningen, namelijk een verminderde instroom met meer dan 40 percent.

We overwegen niet om deze versnelde afwikkeling terug te schroeven door het besluit aan te passen. Ofwel kiezen we voor de regeling uit het verleden, waarbij alles op gewestelijk niveau werd geregeld, en de gemachtigde ambtenaren wekelijks of maandelijks verslag moesten uitbrengen bij de bevoegde minister. Ofwel kiezen we voor responsabilisering, ook op het niveau van steden en gemeenten. Ik ben er voorstander van dat iedereen zijn administratieve, maar ook zijn politieke verantwoordelijkheid neemt.

Het besluit tot vrijstelling van het advies van de gemachtigde ambtenaar zorgt voor responsabilisering en de snellere aflevering van bouwvergunningen, maar het heeft ook een grotere maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid van de vergunningverlenende overheid tot gevolg. In dit geval is dat de stad Mechelen. De stad Mechelen oordeelde over de vergunning, en meende ze te kunnen afleveren. Het spreekt voor zich dat democratische interpellaties in de gemeenteraad, en eventueel beroep bij de Raad van State, de geëigende mechanismen zijn om in verzet te gaan tegen de verleende bouwvergunning.

Mijnheer Van Looy, ik wil u attent maken op het feit dat de betreffende omzendbrief slechts toelichting verschaft over de algemene voorschriften bij de gewestplannen, en hoofdzakelijk is gebaseerd is op vaste rechtspraak van de Raad van State. Een bijsturing kan bijgevolg slechts worden overwogen indien alle gewestplannen in herziening worden gesteld. U begrijpt dat het doorvoeren van dergelijke megaoperatie weinig zin heeft, aangezien het instrument van de gewestplannen door het decreet van 18 mei 1999 is verlaten, en vervangen werd door de structuur- en uitvoeringsplanning. Hierbij wordt op dezelfde manier gewerkt, maar op drie niveaus - gewesten, provincies en gemeenten -, afhankelijk van het gewestelijk, bovenlokaal of lokaal ruimtelijk belang van het te ordenen thema. Het bijsturen van de omzendbrief wordt door de Vlaamse regering niet overwogen. Trouwens, conform de rechtspraak van de Raad van State kan het ook niet.

Inzake de problematiek van de buffergebieden en de bufferzones, en het onderscheid tussen aanlegplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen, wil ik een verduidelijking geven. De ruimtelijke uitvoeringsplannen, het nieuwe planningssysteem, volgen een andere aanpak dan de gewestplannen. De gewestplannen waren bedoeld om in grote lijnen grote gebiedscategorieën vast te leggen, om gemeenten toe te laten dit in gemeentelijke plannen verder te detailleren. Deze tweede stap is de voorbije decennia op veel plaatsen niet gezet, waardoor onduidelijkheid is ontstaan over de draagwijdte van de algemene voorschriften, en vooral over de interpretatie ervan in specifieke situaties.

In het nieuwe systeem bestaat deze dualiteit niet meer. Er is, volgens het subsidiariteitsprincipe, een duidelijke taakverdeling naar onderwerp tussen de drie niveaus. Elk plan van elk niveau bevat, naargelang de noden, stedenbouwkundige voorschriften inzake bestemming, inrichting en/of beheer. De graad van detail hangt af van de reële noden.

Buffers worden voortaan opgenomen overeenkomstig de nood om een bestemming al dan niet te bufferen ten opzichte van een naastliggende bestemming. Veel hangt af van het soort bedrijvigheid dat op basis van de voorschriften zal worden toegelaten, en van de beoogde mono- of multifunctionaliteit. Met de gewestplanbestemming industriegebied ging men in het verleden altijd uit van monofunctionaliteit. Dit veronderstelde een buffering, maar die bleef in de praktijk dikwijls uit.

De buffergebieden die op het gewestplan zijn ingetekend, worden in dit concrete geval gevormd door de tuinen van de temidden de industrie gelegen woonstraat.

Het RUP is een veel dynamischer instrument om de buffergebieden meer gedetailleerd te omschrijven. In de gewestplannen, conform het oude KB van 1972, gebeurde dit op een meer algemene manier.

Mijnheer Van Looy, uw derde vraag, over de vermeende bedoeling om de bestaande toestand ter plaatse te wijzigen of herin te richten, begrijp ik niet. Op dit ogenblik wordt werk gemaakt van de voorbereiding van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de concretisering van de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Mechelen. Dat is quasi voltooid. Naast de afbakeningslijn, die het stedelijk gebied scheidt van het buitengebied, worden enkel de gebieden opgenomen waarvoor herbestemming nodig is voor het realiseren van de taakstelling inzake bijkomende mogelijkheden voor wonen of bedrijvigheid.

Het bedrijventerrein van FM Logistics is reeds door het bestaande gewestplan bestemd als industriegebied. Dit heeft bijgevolg geen invloed op de invulling van de stedelijke taakstelling inzake bedrijvigheid, omdat het over een bestemd, maar niet gerealiseerd bedrijventerrein gaat.

Door het regionale karakter valt dit gebied binnen de afbakeningslijn, maar een herbestemming is in het kader van het afbakeningsproces niet aan de orde. Dit betekent niet dat het gebied op een later moment niet in detail moet worden bekeken, en eventueel moet worden gereorganiseerd en gedifferentieerd via gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Over de invulling van het industrieterrein Mechelen-Zuid zijn ook in het verleden vragen gesteld. Ook bij de Vlaamse ombudsman bestaat hierover, als gevolg van het optreden van lokale actiegroepen, een uitgebreid dossier.

Het noordelijke deel van het industriegebied is geordend via een BPA. Voor het zuidelijke deel was een BPA uit 1974 van toepassing, maar dat is niet meer rechtsgeldig ingevolge de toepassing van artikel 172 van het decreet van 18 mei 1999. Als ik goed ben ingelicht - maar ook hier moet ik mij baseren op informatie van de stad -, is op initiatief van de stad Mechelen een studie opgestart over een oordeelkundige buffering van enkele woonstraten die middenin of naast het industriegebied liggen. Eventuele resultaten van deze studie zijn noch door mij, noch door mijn administratie gekend.

Ik heb begrip voor de acties van de lokale leefmilieugroep Mechelen-Zuid, maar voor de administratieve en politieke besluitvorming is de stad Mechelen verantwoordelijk. De stad kan autonoom beslissen over de ordening en de invulling van dit gebied.

In feite wordt de vraag gesteld of het industriegebied daar op zijn plaats is. Zo zijn er nog veel discussies te voeren in Vlaanderen. Ik laat in het midden of het in het verleden goed is geweest om een dergelijk belangrijk industriegebied aan te duiden, zonder maatregelen voor de omgeving. Het is moeilijk om door de bril van het heden te oordelen over beslissingen uit het verleden. De gemeentelijke overheden hebben de mogelijkheid om met gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringplannen hun volle verantwoordelijkheid te nemen. Ik laat voor dit dossier de eer en het genoegen aan de stedelijke overheid om haar verantwoordelijkheid te nemen.

De voorzitter : De heer Van Looy heeft het woord.

De heer Jef Van Looy : Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij dat u zegt dat u de omzendbrief niet wilt aanpassen.

Het blijft de vraag wie toeziet op de toepassing van de omzendbrief. Het is toch duidelijk wat fout loopt. Op een bepaald moment wordt in de bufferzone, die voorzien is in het BPA, het bos gekapt. Hiervoor was geen kapvergunning afgeleverd. De bouwwerken starten, met een bouwvergunning.

Pas tijdens het openbaar onderzoek over de milieuvergunning werd de opmerking gemaakt dat voor het bouwen, naast een bouwvergunning, ook een milieuvergunning nodig is. Toen al was het bedrijf in de fout. Het openbaar onderzoek werd stilgelegd, waarna werd bepaald dat het ging om een inrichting klasse 3 in plaats van klasse 2. Met een melding kan alles worden geregeld, en het bedrijf kan verder bouwen.

De aanpalende particulieren hebben geen aangetekende brief ontvangen, wat wel gebruikelijk is voor die oppervlakte van gebouwen. Het is logisch dat de mensen worden betrokken, maar dat is niet gebeurd.

Mijnheer de minister, ik ben akkoord dat u niet verantwoordelijk bent. Ik denk dat u zich toch best eens richt tot minister-president Somers. Ik denk dat hij het dossier beter kent.

Minister Dirk Van Mechelen : Het is belangrijk om duidelijk te maken dat de stad Mechelen de vergunningverlenende overheid is. Ik weet niet in welke mate minister-president Somers zich nog bezighoudt met bouwvergunningen in Mechelen. Ik neem aan dat dit beperkt is.

Het is aan de stedelijke overheid om een ruimtelijke afweging te maken en een effectenrapport op te stellen, om te bepalen wat kan of niet kan.

Wat ik heb gelezen over de milieuvergunning is inderdaad spitstechnologie, maar de bevoegdheid ligt bij het niveau dat verantwoordelijk is. Als wordt overgeschakeld naar activiteiten van klasse 2, zonder begeleidende maatregelen, zullen er zich wellicht problemen voordoen.

De voorzitter : Het incident is gesloten.